Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 7 en 8;
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder heeft een huurachterstand van €1.837,11 opgebouwd bij verhuurder De Alliantie. De verhuurder vordert betaling van deze achterstand, vermeerderd met rente en kosten, en ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder stelt een tegenvordering wegens vermeende discriminatie en onrechtmatig handelen van de verhuurder, onder meer vanwege verwijdering van camera’s en airco’s, en vordert betaling van een restantbedrag.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en dat de tegenvordering niet is onderbouwd. Eerder vonnis en hoger beroep bevestigen dat de verhuurder terecht handelde bij het verwijderen van voorzieningen zonder toestemming. De stelling van discriminatie en ‘targeten’ wordt niet bewezen, mede omdat het hof oordeelde dat er geen onwelwillende houding of specifiek dwarszitten was. Het bewijsaanbod van de huurder wordt gepasseerd.
Het rentebeding en incassokostenbeding in de algemene voorwaarden worden als oneerlijk en onredelijk bezwarend vernietigd, waardoor de gevorderde rente en incassokosten worden afgewezen. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt niet toegewezen omdat de tekortkoming onvoldoende zwaarwegend is, mede doordat de huurder de huur opschortte vanwege een vermeende tegenvordering die niet is vastgesteld en zij met minderjarige kinderen in de woning woont.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten in conventie en reconventie. De huurovereenkomst blijft in stand en de huurder mag in de woning blijven wonen.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand; tegenvordering en ontbinding huurovereenkomst worden afgewezen.