ECLI:NL:RBMNE:2025:5709
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Coenen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en verschoonbare termijnoverschrijding
Eiseres, werkzaam als leraarondersteuner, viel op 15 maart 2022 ziek uit met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen. Het beroep tegen deze afwijzing werd één week te laat ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege haar mentale gezondheidsproblemen en beperkte doenvermogen.
De rechtbank beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden van het beroep. De verzekeringsarts had vastgesteld dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor een Geen Benutbare Mogelijkheden (GBM) situatie en dat haar arbeidsbeperkingen zorgvuldig waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige beoordeling was eveneens zorgvuldig en hield rekening met de beperkingen.
Eiseres stelde dat de systematiek van de Wet WIA discriminerend is omdat mensen met een lager inkomen minder snel in aanmerking komen voor een uitkering. De rechtbank verwierp dit betoog, stellende dat de systematiek voor alle verzekerden gelijk is en het verschil in uitkomst inherent is aan het verzekeringskarakter van de wet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het UWV terecht de WIA-uitkering had geweigerd. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WIA-uitkering geweigerd.