Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 29 november 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 18 maart 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
Verweerder heeft op 11 december 2024 een verweerschrift ingediend, maar geen besluit genomen. Partijen hebben afgezien van een zitting. De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank draagt verweerder op binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar te nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€51).