In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 15 oktober 2025, is het beroep van eiser gegrond verklaard. Eiser had bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking van de Dienst Toeslagen met betrekking tot de compensatie voor kinderopvangtoeslag, maar de Dienst Toeslagen had niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiser had zijn bezwaar op 19 december 2024 ingediend, maar de beslistermijn was overschreden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de Dienst Toeslagen in gebreke was gesteld op 23 juni 2025, en dat eiser pas op 19 augustus 2025 beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen alsnog een besluit moet nemen, en wel binnen twee weken na verzending van de uitspraak. De rechtbank heeft ook bepaald dat er een dwangsom van € 100,- per dag moet worden betaald voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de Dienst Toeslagen veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiser, die zijn vastgesteld op € 453,50, en het griffierecht van € 53,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om in verzet te gaan tegen deze uitspraak.