ECLI:NL:RBMNE:2025:5771

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
25/4979
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorzieningen niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Op 24 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen een verzoekster en de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening dat door verzoekster op 29 augustus 2025 was ingediend tegen een besluit van het Uwv van 13 maart 2025. De rechtbank heeft besloten om partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat verzoekster het griffierecht niet op tijd heeft betaald. Dit griffierecht bedraagt € 53,- en is verplicht volgens artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft op 2 september 2025 een aangetekende brief naar verzoekster gestuurd, waarin zij werd geïnformeerd dat het griffierecht binnen twee weken betaald moest worden. Deze brief is echter niet door verzoekster afgehaald en is aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is de brief per gewone post opnieuw verzonden, maar de rechtbank heeft het griffierecht niet op tijd ontvangen. Hierdoor kon de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk behandelen, en werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft geen proceskostenvergoeding toegewezen, en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 25/4979

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster,

en
de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoekster op
29 augustus 2025 heeft ingediend tegen het besluit van het Uwv van 13 maart 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft verzoekster op 2 september 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is door verzoekster niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, aan verzoekster ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 2 september 2025 niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.