Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Uit de rapportage blijkt ook dat sprake van een zeer laag water-, energie- en gasverbruik. Het gemiddelde waterverbruik van eiser was in 2022 15 m³, terwijl het gemiddelde voor een een-persoons-huishouden 68 m³ is. [1] Ook het energieverbruik van eiser was zeer laag in de periode in geding (in 2022 614 kWh, terwijl dit gemiddeld 1750 kWh is). Het gasverbruik van eiser is vastgesteld op 13 m³ over deze periode, terwijl het gemiddelde 810 m³ is. Deze gegevens duiden er volgens het college op dat eiser zijn hoofdverblijf niet had op zijn uitkeringsadres in de periode in geding.
) [3] volgt dat een waterverbruik van maximaal 7 m³ per jaar per huishouden extreem laag is. Dit rechtvaardigt al de vooronderstelling dat de woning niet wordt bewoond en dat dus de betrokkene niet zijn hoofdverblijf heeft op het uitkeringsadres. Het is dan aan de betrokkene om het tegendeel aannemelijk te maken. Een waterverbruik van meer dan 7 m³ per jaar, wat in de situatie van eiser het geval is, is niet extreem laag, maar mogelijk wel zeer laag of laag. Een (zeer) laag waterverbruik is een aanwijzing dat de betrokkene niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning op het uitkeringsadres, maar die omstandigheid maakt dat nog niet aannemelijk. In zo’n geval is aanvullend bewijs nodig om aannemelijk te maken dat de betrokkene zijn hoofdverblijf niet heeft in de woning op dat adres.