Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 12 mei 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 9 februari 2023 in gebreke is gesteld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met een bijzondere, langere beslistermijn van twaalf weken na het verweerschrift, conform eerdere rechtspraak. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, legt de rechtbank een uiterste termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging en een termijn van twee weken daarna voor het nemen van het besluit.
Daarnaast wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog te beslissen.