Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 19 maart 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft aanvankelijk een verweerschrift ingediend en later een aanvullend verweerschrift met gewijzigd standpunt. De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2025 behandeld.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden. Eiseres heeft verweerder op 21 augustus 2024 schriftelijk in gebreke gesteld en vervolgens op 29 januari 2025 beroep ingesteld. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch acht.
In deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 22 oktober 2025 een besluit op bezwaar moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het griffierecht (€ 53,-).