In deze zaak heeft eiseres, woonachtig op Bonaire, beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 19 maart 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Eiseres heeft op 30 juni 2025 een aanvullend verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank het beroep op 15 september 2025 heeft behandeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn door verweerder is overschreden. Eiseres heeft verweerder op 21 augustus 2024 in gebreke gesteld, waarna zij op 29 januari 2025 beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak. De rechtbank heeft ook bepaald dat verweerder een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat hij de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet verweerder de proceskosten van eiseres vergoeden tot een bedrag van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- terugbetalen. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.