In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 13 oktober 2025, is het beroep van eiser gegrond verklaard. Eiser had beroep ingesteld omdat de Dienst Toeslagen niet tijdig had beslist op zijn bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, welke op 5 december 2024 was ingediend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden, aangezien de termijn om op het bezwaar te beslissen op 10 april 2025 verstreek. Eiser heeft pas op 20 augustus 2025 beroep ingesteld, nadat hij verweerder in gebreke had gesteld. De rechtbank heeft bepaald dat verweerder alsnog binnen twee weken na de uitspraak een besluit moet nemen, met inachtneming van de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijn van zestig weken voor het nemen van een besluit op bezwaar. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft recht op een vergoeding van de proceskosten, vastgesteld op € 453,50, en het door hem betaalde griffierecht van € 53,- moet door verweerder worden vergoed. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.