Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn aanvraag van 6 januari 2023 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 7 februari 2024 in gebreke gesteld. Eiser diende vervolgens tijdig beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een redelijke termijn. Gezien de complexiteit van de zaak is een langere termijn dan de wettelijke beslistermijn gerechtvaardigd. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin een termijn van twaalf weken na het verweerschrift is vastgesteld voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging, gevolgd door een termijn van twee weken voor het nemen van een besluit na ontvangst van een zienswijze.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor iedere dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 51,-).