In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, enkelvoudige kamer, op 24 oktober 2025, wordt het beroep van eiser behandeld tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist. Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 6 december 2024, maar de heffingsambtenaar heeft niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiser heeft op 30 december 2024 zijn bezwaarschrift ingediend, maar de rechtbank stelt vast dat dit bezwaarschrift in de laatste zes weken van het kalenderjaar is ingediend. Dit heeft gevolgen voor de beslistermijn die geldt volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank legt uit dat als een bestuursorgaan niet op tijd beslist, de betrokkene een ingebrekestelling moet sturen. In dit geval heeft eiser verweerder op 3 maart 2025 in gebreke gesteld, maar de rechtbank concludeert dat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd over hun mogelijkheden om in verzet te gaan tegen deze uitspraak.