Op 24 oktober 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist. Eiseres had beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig had beslist op haar bezwaar tegen de parkeerbelasting. Eiseres had haar bezwaarschrift op 18 november 2024 ingediend, maar verweerder had niet binnen de wettelijk vereiste termijn van 31 december 2024 beslist. Eiseres had verweerder op 11 februari 2025 in gebreke gesteld, waarna zij op 7 mei 2025 beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was, omdat verweerder niet tijdig had beslist. De rechtbank heeft verweerder opgedragen om binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen en heeft een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast heeft de rechtbank de hoogte van de dwangsom vastgesteld op € 1.442,-, omdat er al 42 dagen waren verstreken sinds de ingebrekestelling. Eiseres heeft recht op vergoeding van de proceskosten, die zijn vastgesteld op € 453,50, en verweerder moet het griffierecht aan eiseres betalen. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om in verzet te gaan tegen deze uitspraak.