Pensioenfonds Metaal en Techniek vordert betaling van achterstallige pensioenpremies van een werkgever die betwist dat de premies correct zijn berekend. De werkgever stelt dat het aantal gewerkte uren onjuist is vastgesteld, maar de kantonrechter oordeelt dat de werkgever pensioenpremies verschuldigd is tot het moment van beëindiging van haar onderneming.
De procedure omvatte meerdere producties, een eiswijziging door het pensioenfonds en een te late ingediende eis in reconventie door de werkgever, welke niet werd toegelaten. Het pensioenfonds paste de factuur pas aan na herhaalde aanwijzingen van de werkgever dat de uren niet klopten.
De kantonrechter wijst de betaling van de gecorrigeerde premies en de boete toe, maar beperkt de boete tot het eerste premiebedrag vanwege de late factuuraanpassing. De wettelijke rente gaat pas lopen vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis. Proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld.