ECLI:NL:RBMNE:2025:6122
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering Ziektewet-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid eigen werk
Eiser was sinds 1 augustus 2016 fulltime werkzaam als [functie] en werd ziek door een corona-infectie van maart 2022 tot maart 2023. Na beëindiging van het dienstverband per 30 november 2023 ontving eiser een WW-uitkering. In januari 2024 meldde eiser zich ziek bij het UWV wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV besloot op 27 maart 2024 geen Ziektewet-uitkering toe te kennen omdat eiser niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde.
De rechtbank toetste of het UWV de wet correct had toegepast en of de medische rapporten van verzekeringsartsen zorgvuldig en begrijpelijk waren. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het feitelijk laatst verrichte werk als maatstaf nam, inclusief de aanpassingen die eiser had ontvangen. De medische onderzoeken waren zorgvuldig, met spreekuren en dossierstudie, en de verzekeringsartsen hadden de klachten en beperkingen van eiser meegewogen.
Eiser stelde dat zijn cognitieve en energetische klachten waren verergerd en dat de reumatische klachten toenamen door gewijzigde medicatie. De rechtbank vond echter dat deze toename niet medisch objectief kon worden vastgesteld en dat de medische beoordeling niet onjuist was. De door eiser overgelegde vragenlijst van C-support en de brief van de neuroloog waren onvoldoende om twijfel te zaaien over de medische beoordeling.
De rechtbank wees het verzoek van eiser af om een onafhankelijke deskundige te benoemen, omdat er geen twijfel over de juistheid van de medische beoordeling bestond en het proces eerlijk was verlopen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het UWV hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet arbeidsongeschikt is voor zijn eigen werk.