Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[ex-werkgever] N.V.uit [vestigingsplaats] (ex-werkgever).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, die sinds 2014 arbeidsongeschikt is en sinds 2016 een WIA-uitkering ontving, verzocht in 2023 om hernieuwde toekenning van een WIA-uitkering op grond van een Amber-melding. Deze melding houdt in dat binnen vijf jaar na beëindiging van een eerdere WIA-uitkering sprake zou zijn van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak.
Het UWV wees de aanvraag af omdat de medische beoordeling geen aanwijzingen gaf voor een toename van de arbeidsongeschiktheid boven de 35% grens. Eiseres stelde dat haar beperkingen op psychisch en lichamelijk vlak waren toegenomen en dat nieuwe aandoeningen mogelijk verband hielden met de oorspronkelijke ziekteoorzaak.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts van het UWV de medische situatie zorgvuldig had beoordeeld, waarbij geen nieuwe medische informatie was aangeleverd die een toename van de arbeidsongeschiktheid aannemelijk maakte. De arbeidskundige beoordeling was eveneens deugdelijk gemotiveerd. Omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% bleef, werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook de vordering tot vergoeding van griffierecht en wettelijke rente af, en informeerde partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische onderbouwing van toegenomen arbeidsongeschiktheid.