Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ZITTING
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Mahmoudi;
- de advocaat van de verdachte: mr. R. Zwiers, advocaat in Almere;
- de benadeelde partij: [slachtoffer] , bijgestaan door [A] van Slachtofferhulp Nederland.
2.TENLASTELEGGING
3.BEWIJS
- de aangifte van [slachtoffer] van 25 september 2024, pagina 44 e.v.;
- een proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2024, pagina 63 e.v.;
- de verklaring van de verdachte op de zitting van 29 oktober 2025.
4.BEWEZENVERKLARING
5.KWALIFICATIE EN STRAFBAARHEID
6.STRAF
7.VORDERING VAN DE BENADEELDE PARTIJ
De rechtbank oordeelt dat zij weliswaar haar werkgever had kunnen aanspreken, maar hiertoe niet verplicht is. De rechtbank acht het redelijk dat de benadeelde partij de schade verhaalt bij de veroorzaker van het letsel waardoor zij niet heeft kunnen werken. De betwiste schadepost komt dan ook voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank wijst de vordering ten aanzien van de materiële schade daarom gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 429,99.
8.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
9.BESLISSING
jeugddetentievan
2 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
werkstrafvan
200 uren;