ECLI:NL:RBMNE:2025:6162

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/16/599843 JE RK 25/1428
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

Op 28 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2009, die onder toezicht is gesteld en waarvoor een machtiging gesloten jeugdhulp is aangevraagd. De kinderrechter heeft de machtiging verleend voor de duur van drie maanden, in plaats van de verzochte vijf maanden, vanwege zorgen over de behandeling en de continuïteit van de jeugdzorg. De minderjarige heeft 24/7 1-op-1 begeleiding, maar er zijn grote zorgen over haar ontwikkeling en de geboden hulp. De moeder is het eens met de gesloten jeugdzorg, maar vraagt om duidelijkheid over de hulpverlening. De minderjarige zelf is tegen de verlenging en pleit voor meer zelfstandigheid en een betere behandeling. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de huidige situatie niet bevorderlijk is voor de ontwikkeling van de minderjarige en dat er meer duidelijkheid en actie nodig is in de hulpverlening. De kinderrechter heeft de GI opgedragen om binnen drie maanden met een concreet behandelplan te komen, mocht een verlenging van de gesloten setting nodig zijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/599843 / JE RK 25-1428
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. C. Lamphen.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. mr. F. Uzumcu.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 30 september 2025;
- het bericht van de GI met bijlagen van 23 oktober 2025;
- de brief van de advocaat van [minderjarige] met bijlagen van 27 oktober 2025.
1.2.
Op 28 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat en haar begeleider, de heer [A] ;
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [B] , vertegenwoordiger van de GI.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [instelling] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 augustus 2024 [minderjarige] onder toezicht
gesteld tot 30 augustus 2025. De ondertoezichtstelling is bij beschikking van 19 juni 2025 verlengd tot 30 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 februari 2025 een spoedmachtiging
verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een
jeugdhulpaanbieder tot 21 maart 2025.
2.5.
Bij beschikking van 12 maart 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging
verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van
12 maart 2025 tot 9 april 2025. Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking van
21 maart 2025 een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend tot 1 juli 2025 en het
overige deel van het verzoek aangehouden. Bij beschikking van 19 juni 2025 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend tot 1 oktober 2025.
2.6.
De kinderrechter heeft bij tussenbeschikking van 30 september 2025 het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van een maand verleend en het overige deel van het verzoek aangehouden.

3.Het verzoek

De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het aangehouden deel van het verzoek van de GI om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vijf maanden.

4.De standpunten

Wat vindt de moeder?
4.1.
De moeder is het eens met het verzoek. Zij begrijpt dat het voor de veiligheid van [minderjarige] nodig is dat [minderjarige] op een gesloten groep verblijft. De moeder vindt echter belangrijk dat duidelijk is waarvoor hulpverleningstrajecten voor [minderjarige] worden ingezet. Het perspectiefplan schiet hier nu in tekort.
Wat vindt [minderjarige] ?
4.2.
[minderjarige] is het niet eens met een verlenging van de gesloten jeugdzorg voor de duur van vijf maanden. [minderjarige] wil graag naar begeleid wonen of kamertraining. Zij vindt een groep niet fijn omdat de groepsgenoten van haar verleden afweten. De advocaat heeft toegelicht dat er nog stappen gezet moeten worden voordat [minderjarige] naar meer zelfstandigheid kan. Het is belangrijk dat hier zo snel mogelijk op wordt ingezet. De afgelopen periode is er namelijk niks gedaan voor [minderjarige] . Zij heeft ook nog geen vrijheden gekregen. Ook het perspectiefplan bevat geen informatie over hoe het met [minderjarige] gaat sinds zij is teruggekeerd op de groep en over wat voor [minderjarige] nodig is om de gesloten jeugdzorg te kunnen verlaten. De machtiging gesloten jeugdhulp moet daarom niet voor de overige vijf maanden worden toegewezen, maar voor een kortere duur, zodat een vinger aan de pols kan worden gehouden.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden en het overige deel van het verzoek afwijzen. Zij legt haar beslissing hierna uit.
Het juridisch kader
5.2.
Volgens artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten
accommodatie voor jeugdhulp worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter
deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen
die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Daarnaast
dient de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de
jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en
dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en
opvoedingsproblemen te behandelen.
De toelichting
5.3.
[minderjarige] krijgt nauwelijks behandeling sinds zij op 18 augustus 2025 is teruggekeerd. Zij heeft EMDR-therapie nodig maar tot nu toe heeft alleen een kennismakingsgesprek plaatsgevonden. In het perspectiefplan wordt beschreven dat het perspectief is dat [minderjarige] naar een open instelling overgaat, en dat zij langer de tijd krijgt om behandeling te volgen, inzicht te krijgen in haar gedragspatronen en deze te kunnen veranderen. Om daadwerkelijk van perspectief te kunnen spreken is dan wel nodig dat de behandeling die [minderjarige] nodig heeft daadwerkelijk aan haar wordt geboden.
5.4.
Vanwege haar veiligheid heeft [minderjarige] 1-op-1 begeleiding, 24 uur per dag, zeven dagen per week. Hoewel de kinderrechter de noodzaak daarvan onderkent is dit een enorme beperking van [minderjarige] ’s privacy. [minderjarige] zit, behalve met haar 1-op-1 begeleider, heel veel alleen op haar kamer, met de deur op slot. De enige activiteiten die zij heeft zijn naar school gaan op het terrein en soms buiten drie kwartier voetballen. Zelfs met de 1-op-1-begeleiding mag [minderjarige] nergens naartoe.
5.5.
De jeugdbeschermer van [minderjarige] is onlangs uitgevallen en hierdoor heeft de GI het dossier van [minderjarige] te laat opgepakt. Dit was overigens de vierde jeugdbeschermer voor [minderjarige] . Op de zitting was dan ook geen vaste jeugdbeschermer aanwezig. Twee nieuwe jeugdbeschermers zouden kort na de zitting het dossier weer oppakken. Voor [minderjarige] betekent het ontbreken van continuïteit, betrokkenheid en daadkracht dat er onvoldoende van de grond komt wat betreft behandeling, vrijheden en perspectief. [minderjarige] ’s leven staat niet alleen stil, haar ontwikkeling gaat ook achteruit in de (letterlijke en figuurlijke) uitzichtloze situatie waarin zij nu ziet. Het meest schrijnende voorbeeld daarvan is dat zij mee zou gaan naar een uitje van de groep naar een pretpark. Op de groep was uitgebreid overlegd en afgestemd hoe zij mee kon op een voor haar veilige manier. [minderjarige] kon uiteindelijk toch niet mee omdat er geen jeugdbeschermer was om hier toestemming voor te geven. Tijdens de zitting zag de kinderrechter een afgevlakt meisje, dat aan de ene kant vertelde dat ze heel erg graag haar leven weer wil oppakken, maar dat het aan de andere kant moeilijk leek te vinden om te geloven dat ze daar de mogelijkheid voor krijgt.
5.6.
De dag na de zitting zal een moreel beraad plaatsvinden over de behandeling van [minderjarige] , de 1-op-1-begeleiding en het opbouwen van vrijheden. Daarnaast zal op 4 november 2025 een perspectiefbespreking plaatsvinden. Aan de hand hiervan zal meer duidelijkheid komen voor [minderjarige] . De kinderrechter vindt dit van groot belang. [minderjarige] is niet ‘een meisje dat moet werken aan haar problemen’, maar een kind, dat veel heeft meegemaakt en dat recht heeft op hulp om haar te helpen om een leven te leiden dat past bij haar leeftijd en waarbij haar (kinder)rechten niet structureel worden beperkt.
5.7.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp voor drie maanden verlenen. Als de GI over drie maanden vindt dat een gesloten setting langer nodig is voor [minderjarige] , dan verwacht de kinderrechter bij het verzoekschrift concrete informatie over het behandelplan van [minderjarige] , over hoe haar vrijheden zijn opgebouwd en over het perspectief van [minderjarige] eruit ziet, met name over wat er voor [minderjarige] nodig is om toe te kunnen werken naar een open setting.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 1 november 2025 tot 1 februari 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Joosten als griffier, en op schrift gesteld op 17 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.