Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 4 maart 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden. Eiseres stelde verweerder op 7 augustus 2024 schriftelijk in gebreke en diende op 23 augustus 2024 het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift van 30 september 2024, derhalve uiterlijk 7 juli 2025. Deze termijn is gebaseerd op eerdere uitspraken en sluit aan bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure.
Verder bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van € 50,- per dag moet betalen voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder heeft reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend, waarover de rechtbank zich niet verder uitlaat.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 437,50) en het betaalde griffierecht (€ 51,-). De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 9 januari 2025.