Aan betrokkene is een administratieve sanctie van €250 opgelegd voor het door rood rijden op 5 september 2022 in Hilversum. De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De gemachtigde ontkende zonder nadere toelichting het door rood rijden, ondanks duidelijke foto’s die het tegendeel bewezen.
De kantonrechter overwoog dat het beroep evident kansloos was en dat de gemachtigde vooral gericht was op het verkrijgen van een proceskostenveroordeling wegens overschrijding van de redelijke termijn. Dit werd aangemerkt als misbruik van recht, waarbij de bevoegdheid om beroep in te stellen werd gebruikt met een ander doel dan waarvoor deze is verleend.
De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af omdat de officier van justitie geen kosten had gemaakt. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot inhoudelijke beoordeling van de sanctie. De uitspraak benadrukt de negatieve gevolgen van misbruik van recht voor de doorlooptijd van verkeersboetezaken.