ECLI:NL:RBMNE:2025:6260
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen wijziging achternaam dochter naar achternaam moeder
De vader van een minderjarige dochter voert beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de achternaam van zijn dochter te wijzigen van zijn achternaam naar die van haar moeder. De moeder had deze wijziging aangevraagd en het besluit werd op bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank overweegt dat de dochter bij haar moeder woont en geen contact met haar vader heeft, maar dat dit geen rol speelt in de beoordeling. De dochter gebruikt zelf al een jaar de achternaam van haar moeder en weet wie haar vader is. De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor naamswijziging is voldaan en dat de staatssecretaris een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat het belang van het kind is dat het de naam draagt van degene met wie het een bestendige gezinssituatie heeft, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Dergelijke aanwijzingen ontbreken hier. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de achternaam van de dochter wordt gewijzigd in die van haar moeder en de vader krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van de vader tegen de wijziging van de achternaam van zijn dochter naar de achternaam van haar moeder is ongegrond verklaard.