Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- [adres 5] , verkocht op 14 april 2022 voor € 1.000.025,-;
- [adres 6] , verkocht op 19 oktober 2022 voor € 990.000,-;
- [adres 7] , verkocht op 29 januari 2022, voor € 1.280.000,-; en
- [adres 8] , verkocht op 24 oktober 2022, voor € 980.000,-.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover dat gericht is tegen de waardevaststelling van de [adres 3] en de [adres 4] in [plaats] ;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van de woningen aan de [adres 3] en de [adres 4] in [plaats] ;
- stelt de waarde van [adres 3] in [plaats] vast op € 160.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023, en stelt de waarde van de [adres 4] in [plaats] vast op € 180.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023, en bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing voor het belastingjaar 2024 dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats komt van de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van de [adres 3] en de [adres 4] ;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 615,26 aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.