Eiser diende op 16 september 2024 een aanvraag in bij het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht. Verweerder moest binnen acht weken, uiterlijk 11 november 2024, op deze aanvraag beslissen. Deze beslistermijn werd overschreden.
Eiser stelde verweerder op 23 mei 2025 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder dat verweerder alsnog een besluit nam. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn verder wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast moet verweerder het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 453,50 aan eiser betalen, omdat eiser een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 24 november 2025.