In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedateerd 9 oktober 2025, wordt het beroep van eiseres behandeld tegen de Dienst Toeslagen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, maar stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 4 december 2024. De rechtbank heeft geen zitting gehouden, omdat dit in deze zaak niet nodig werd geacht. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres op 18 augustus 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op om alsnog binnen twee weken na de uitspraak een besluit te nemen. Tevens wordt verweerder een dwangsom opgelegd van € 100,- per dag bij overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt een vergoeding van € 453,50 voor de proceskosten en het betaalde griffierecht van € 53,- moet door verweerder aan eiseres worden vergoed. De rechtbank verwijst naar eerdere rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de redelijke beslistermijn in dergelijke gevallen.