Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gestuurd. Verweerder is daarom verplicht alsnog binnen een redelijke termijn, conform jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, een besluit te nemen.
De rechtbank bepaalt dat de uiterste beslistermijn voor verweerder 28 oktober 2026 is, waarbij voor elke dag overschrijding een dwangsom van € 100,- geldt tot een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige besluitvorming binnen bestuursrechtelijke procedures en sluit aan bij recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over realistische beslistermijnen bij bezwaarprocedures.