ECLI:NL:RBMNE:2025:6349
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen te late beslissing UWV op verzoek herbeoordeling WIA
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek om herbeoordeling van een WIA-uitkering. De aanvraag werd ontvangen op 18 juni 2024, maar het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen. Eiser stuurde een ingebrekestelling op 26 juni 2025 waarna de wettelijke termijn van twee weken verstreek zonder beslissing.
De rechtbank overweegt dat het UWV door een tekort aan verzekeringsartsen niet binnen de standaardtermijn kon beslissen en stelt een redelijke termijn van twee maanden vast voor het alsnog nemen van een besluit. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Verder wordt verweerder verplicht de proceskosten van eiser te vergoeden, een bedrag van € 453,50 vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp, en het betaalde griffierecht van € 53,- terug te betalen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 7 november 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het UWV moet binnen twee maanden alsnog een beslissing nemen en een dwangsom betalen bij overschrijding.