Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer. Het UWV erkende de overschrijding van de beslistermijn en gaf aan dat dit te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en stelde vast dat het UWV binnen vier maanden na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank overwoog dat het tekort aan verzekeringsartsen en de grote achterstanden bij het UWV een bijzonder geval vormen, waardoor van de wettelijke termijn van twee weken kan worden afgeweken. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen werkgevers- en werknemersberoepen, waarbij voor werkgeversberoepen een termijn van vier maanden en voor werknemersberoepen twee maanden wordt gehanteerd.
Verder legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt. Ook werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €453,50 en het griffierecht aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 9 januari 2025.