ECLI:NL:RBMNE:2025:6399
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter bij intrekking briefadres en gevolgen voor bijstandsuitkering
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 13 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, die staat ingeschreven op een briefadres, heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van dit briefadres door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. De intrekking volgde op de beëindiging van zijn bijstandsuitkering op 16 september 2025. Verzoeker stelt dat de intrekking van zijn briefadres ernstige gevolgen heeft voor zijn toegang tot noodzakelijke medicatie en zijn stemrecht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot vrijstelling van griffierecht toegewezen, maar oordeelt dat zij niet bevoegd is om het verzoek inhoudelijk te behandelen. Dit is gebaseerd op de overweging dat de intrekking van het briefadres geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het college geen zelfstandig rechtsgevolg aan de intrekking heeft verbonden. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen bezwaar kan worden gemaakt tegen de intrekking, waardoor zij zich onbevoegd verklaart. Ter voorlichting aan verzoeker wordt opgemerkt dat hij mogelijk in aanmerking kan komen voor een ander briefadres voor dak- en thuislozen.