Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders gemeente Rhenen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om proceskostenvergoeding van verzoeker, die in beroep was gegaan tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen. Verweerder had op 12 december 2024 een besluit op bezwaar genomen, waarbij het bezwaarschrift van verzoeker ongegrond was verklaard en zijn aanvraag voor het wijzigen van een huisnummer was afgewezen. Verzoeker ging in beroep en op 19 maart 2025 werd zijn aanvraag voor een ander huisnummer alsnog goedgekeurd, waarna hij zijn beroep introk met het verzoek om vergoeding van de proceskosten die hij had gemaakt in de bezwaar- en beroepsfase. Verweerder stemde in met de vergoeding van de kosten voor het indienen van het beroepschrift, maar gaf aan dat de proceskosten voor de bezwaarfase al waren uitgekeerd.
De rechtbank heeft op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. De veroordeling in proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb. De rechtbank oordeelde dat, omdat verweerder tegemoet was gekomen aan het beroep van verzoeker, het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond was. De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op € 907,- voor het indienen van het beroepschrift en heeft verweerder ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 194,- aan verzoeker. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.