ECLI:NL:RBMNE:2025:6446
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep gemeente Utrecht tegen verdeelmodel budget Participatiewet 2017-2018
De gemeente Utrecht heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris over de toekenning van het budget voor de uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 voor de jaren 2017 en 2018. Het college stelt dat het toegewezen budget structureel onvoldoende is om de niet-vermijdbare kosten te dekken en dat het gebruikte verdeelmodel leidt tot onevenredig nadeel ten opzichte van andere gemeenten.
De rechtbank overweegt dat het budget niet per gemeente kostendekkend hoeft te zijn, maar dat het macrobudget voor alle gemeenten gezamenlijk toereikend moet zijn. De bewijslast ligt bij het college om tekortkomingen in het verdeelmodel aan te tonen die leiden tot onevenredig nadeel. Het college baseert zich op een rapport van Berenschot uit 2024, waarin vier kenmerken worden genoemd die niet of onvoldoende in het model zijn verwerkt.
De rechtbank oordeelt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze tekortkomingen daadwerkelijk tot onevenredig nadeel hebben geleid. Het rapport van Berenschot geeft onvoldoende bewijs voor een causaal verband en houdt onvoldoende rekening met de wijze van modellering en reeds verwerkte factoren. De staatssecretaris heeft bovendien toegelicht dat het verdeelmodel transparant en controleerbaar is en dat de bewijslastverdeling niet onredelijk is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Het college krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 24 november 2025.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Utrecht tegen het verdeelmodel voor het budget van 2017 en 2018 wordt ongegrond verklaard.