ECLI:NL:RBMNE:2025:6470

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
C/16/594876
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking in een verhuiszaak met zorgen over de veiligheid van de minderjarige

In deze tussenbeschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, is de situatie rondom de minderjarige [minderjarige] besproken. De vader, die met de minderjarige naar België is verhuisd, heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem vast te stellen. De moeder verzet zich hiertegen en vraagt om de terugkeer van de minderjarige naar Nederland. Tijdens de zitting op 2 oktober 2025 zijn er ernstige zorgen geuit over de veiligheid van de minderjarige, die sinds de zomervakantie bij de vader verblijft. De rechtbank heeft besloten om de beslissing uit te stellen in afwachting van een nieuwe zitting op 27 oktober 2025, waarbij de uitslag van een NICHD-kindinterview en aanvullende informatie van de GI (Jeugd- en Gezinsbeschermers) van belang zijn. De rechtbank heeft de ouders en betrokken partijen opgeroepen om aanwezig te zijn bij deze zitting, waarbij ook een ervaren vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming en een juridisch deskundige aanwezig dienen te zijn. De rechtbank maakt zich zorgen over de situatie van de minderjarige en wil goed geïnformeerd zijn voordat een definitieve beslissing wordt genomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/594876 / FO RK 25-725
Verhuizing
Tussenbeschikking van 17 oktober 2025
in de zaak van:
[vader],
volgens de Basisregistratie Personen geregistreerd in [plaats] ,
feitelijk verblijvende in [verblijfplaats] , België,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. I.M.G. Maste,
tegen
[moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. D.G. Nagel,
met als belanghebbende
De Jeugd- en Gezinsbeschermers
gevestigd in Amsterdam,
gecertificeerde instelling, hierna: de GI.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de vader met bijlagen binnengekomen op 11 juni 2025;
  • het bericht met bijlage van de vader van 12 juni 2025;
  • het bericht met bijlage van de vader van 3 juli 2025;
  • het bericht van de vader van 2 september 2025;
  • het bericht van de moeder van 4 september 2025;
  • het gewijzigde verzoekschrift met bijlagen van de vader van 17 september 2025;
  • het bericht van de moeder van 18 september 2025;
  • het verweerschrift van de moeder van 22 september 2025 met zelfstandige verzoeken en bijlagen;
  • het verweerschrift van de vader tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder van 26 september 2025 met bijlage;
  • het bericht van de vader van 29 september 2025;
  • de brief van de moeder van 30 september 2025 met bijlage;
  • het bericht van de vader van 1 oktober 2025 met bijlagen.
1.2.
De verzoeken zijn besproken door de meervoudige kamer van deze rechtbank tijdens de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de ouders met hun advocaten;
  • de heer [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
  • de heer [B] en mevrouw [C] namens de GI.
1.3.
Tijdens de zitting zijn nog de volgende stukken overgelegd:
  • een brief met bijlagen van de GI;
  • een brief van de vader;
  • een pleitnotitie van de advocaat van de vader.
1.4.
De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige] , gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. [minderjarige] heeft op 2 oktober 2025 (digitaal) met de kinderrechter gesproken.

2.De belangrijke feiten

2.1.
De ouders hebben met elkaar een relatie gehad.
2.2.
Zij hebben samen een kind:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] .
2.3.
De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.4.
[minderjarige] verblijft bij de vader. De vader en [minderjarige] verblijven sinds de zomervakantie in België. [minderjarige] verblijft één weekend in de twee weken bij de moeder.
2.5.
[minderjarige] staat sinds 20 juni 2024 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling loopt nu tot 20 december 2025.

3.De verzoeken

3.1.
De vader verzoekt:
I.
primairde hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader in [verblijfplaats] (België) vast te stellen;
II.
subsidiair:om hem vervangende toestemming te verlenen om in de zomervakantie en uiterlijk 4 augustus 2025, althans een in goede justitie te bepalen datum, met [minderjarige] naar [verblijfplaats] (België) te verhuizen;
III. om hem vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van [minderjarige] op de middelbare school [naam school] in [verblijfplaats] (België).
3.2.
De moeder is het niet eens met de verzoeken van de vader. Zij verzoekt:
I. te bepalen dat de vader is gehouden om [minderjarige] terug te brengen bij de moeder binnen drie dagen na betekening van de te wijzen beschikking, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat de vader in gebreke blijft hieraan te voldoen, met een maximum van € 15.000,-;
II. te bepalen dat het de vader verboden is om [minderjarige] bij hem te laten overnachten zonder toestemming van de moeder en buiten de afgesproken zorgregeling, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat de vader dit verbod overtreedt, zulks met een maximum van € 15.000,-.
4. De beoordeling
Nog geen beslissing
4.1.
De rechtbank zal nog geen beslissing nemen over de verzoeken, maar de beslissing uitstellen in afwachting van een volgende zitting. De reden hiervoor is dat de rechtbank zich op dit moment onvoldoende voorgelicht acht om een goede beslissing te nemen die in het belang van [minderjarige] is.
4.2.
Tijdens de zitting op 2 oktober 2025 is op het einde van de zitting gebleken dat [minderjarige] op 7 oktober 2025 een NICHD-kindinterview heeft. De rechtbank vindt het belangrijk om de uitslag van dit onderzoek te betrekken bij haar beoordeling en wil partijen ook de gelegenheid bieden om op dit onderzoek en de uitslag daarvan te reageren. Ook is door de GI aan het einde van de zitting een brief met bijlagen overgelegd aan de rechtbank. In deze brief komen zeer ernstige zorgen over [minderjarige] naar voren van de school en de huisarts van [minderjarige] in België. De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting geen kennis kunnen nemen van de inhoud van deze brief en heeft de brief en de inhoud daarvan ook niet (voldoende) met alle betrokkenen op de zitting kunnen bespreken. De rechtbank vindt het daarom nodig dat er op korte termijn nog een zitting zal plaatsvinden waarin de verzoeken verder worden besproken, te meer nu [minderjarige] pas kort in België verblijft en naar school gaat en er in deze korte tijd al zulke forse zorgen zijn geuit. Die zorgen staan bovendien in groot contrast met hetgeen de vader vertelde tijdens de zitting over hoe het met [minderjarige] gaat in België, en met wat zij daar zelf over vertelde aan de rechter tijdens het kindgesprek.
Nieuwe zitting
4.3.
Er is een nieuwe mondelinge behandeling gepland bij de meervoudige kamer van deze rechtbank op
27 oktober 2025 om 10.00 uur. De verzoeken zullen dan verder worden besproken. De rechtbank roept partijen op om daarbij aanwezig te zijn.
De GI
4.4.
Concreet wil de rechtbank
uiterlijk op 22 oktober 2025een brief van de GI ontvangen met de huidige stand van zaken en de uitslag van het NICHD-kindinterview. De GI wordt verzocht om dit stuk ook aan de advocaten en de Raad te sturen. Indien partijen (voorafgaand aan de zitting) op schrift willen reageren op de brief van de GI, dienen zij deze reactie bij voorkeur vóór vrijdag 24 oktober 14.00 uur aan de rechtbank (en alle andere betrokkenen) te sturen.
De aanwezigheid van de Raad en een juridisch deskundige
4.5.
Tijdens de zitting en in de brief van de GI zijn er zeer ernstige zorgen over [minderjarige] naar voren gekomen. De rechtbank maakt zich dan ook ernstig zorgen over hoe het met [minderjarige] gaat.
Van de Raad verwacht de rechtbank dan ook dat er bij de zitting een ervaren zittingsvertegenwoordiger aanwezig zal zijn samen met een juridisch deskundige.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
houdt iedere verdere beslissing aan;
5.2.
roept de vader, de moeder, de advocaten van de ouders, de GI en de Raad op om te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, in het gerechtsgebouw aan het Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht, van
27 oktober 2025 om 10.00 uur, teneinde nader op de verzoeken te worden gehoord;
5.3.
verzoekt de GI om uiterlijk 22 oktober 2025 de rechtbank schriftelijk te informeren zoals omschreven in punt 4.4.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.W.V. van Duursen (voorzitter), mr. T. Dopheide en mr. N.W. Verbruggen-van Heijst, kinderrechters, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.