Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verdere verloop van de procedure
- de brief van de moeder van 17 oktober 2025 met daarbij een aanvullend verzoek en een bijlage;
- het bericht van de vader van 17 oktober 2025;
- de brief van de GI van 22 oktober 2025 met bijlagen;
- de brief van de vader van 23 oktober 2025 met bijlagen;
- de mail van de GI van 27 oktober 2025, met bijlagen.
- de ouders met hun advocaten;
- mevrouw [persoon1] en mevrouw [persoon2] namens de GI;
- de heer [persoon3] en mevrouw [persoon4] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2.De belangrijke feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] .
3.De verzoeken
primairde hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader in [verblijfplaats] (België) vast te stellen en
subsidiairom hem vervangende toestemming te verlenen om in de zomervakantie en uiterlijk 4 augustus 2025, althans een in goede justitie te bepalen datum, met [minderjarige] naar [verblijfplaats] (België) te verhuizen;
voor het geval het verzoek van de vader onder I. wordt afgewezen en de vader niet zal terug verhuizen naar [plaats 1] :de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder vast te stellen;
4.De verdere beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- hoe goed de verhuizing is voorbereid en doordacht;
- de voorstellen die zijn gedaan om de gevolgen van de verhuizing te verzachten;
- hoe goed de ouders met elkaar kunnen overleggen;
- hoe vaak er contact plaatsvindt tussen het kind en de niet verhuizende ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van het kind, zijn of haar mening en in hoeverre het kind gewend is aan zijn of haar omgeving of juist aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
15 december 2025. Als de vader namelijk niet voor 1 januari 2026 met [minderjarige] is terugverhuisd naar [plaats 1] , dan is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder moet hebben, conform het voorwaardelijke verzoek dat de moeder heeft ingediend. Als de vader wél voor 1 januari 2026 met [minderjarige] terugverhuist naar [plaats 1] dan zal de rechtbank haar hoofdverblijfplaats bij de vader bepalen. De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat een vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij de moeder de vader niet belet om zelf, zonder [minderjarige] , in België te blijven wonen.
uiterlijk op 15 december 2025beschikken over stukken van de vader waaruit blijkt dat hij [minderjarige] per 1 januari 2026 heeft uitgeschreven op haar huidige school in België, dat hij [minderjarige] en zichzelf heeft ingeschreven in de gemeente [plaats 1] en dat hij [minderjarige] heeft ingeschreven bij een middelbare school in (de omgeving van) [plaats 1] waar zij in januari 2026 (na de kerstvakantie) kan beginnen. Indien de vader voornoemde stukken niet overlegt, gaat de rechtbank er vanuit dat de vader in België blijft wonen. De hoofdverblijfplaats van [minderjarige] zal dan bij de moeder worden bepaald. De rechtbank zal geen kennis nemen van eventuele andere stukken die worden overgelegd.
5.De beslissing
15 december 2025;