Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ZITTING
- de verdachte;
- de officieren van justitie: mr. A. Dam en mr. I.M.F. Graumans (hierna gezamenlijk in het enkelvoud: de officier van justitie);
- de advocaten van de verdachte: mr. C.J. Knoops-Hamburger, mr. G.G.J.A. Knoops en mr. E. Dekker (hierna: de verdediging);
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. J.P. Plasman.
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
1.Inleiding
2.Betrokkenen en onderlinge verhoudingen
4.Wanneer is sprake van ontucht?
5.De aangifte
6.Steunbewijs
hij aan haar benen heeft gezeten en dat ze dat afkeurde”. Dit is geen waarneming van de getuige maar gaat over iets wat de aangeefster tegen hem heeft gezegd, en is alleen al daarom geen steunbewijs. Maar het gaat hierbij ook nog om een verklaring van de aangeefster achteraf, na de bekendwording van het ‘dagboek’.
ik denk dat een heleboel [dingen] genuanceerder ligt dan je nu zegt.” Dat is geen ondubbelzinnige bekentenis. Tijdens de rest van het gesprek gaat het afwisselend over het beëindigen van de werkrelatie tussen moeder en de verdachte en het dagboek, de relatie tussen aangeefster en de verdachte en over ontuchtige handelingen, maar wat dat laatste betreft niet heel concreet. Hoe de verdachte op die beschuldiging heeft gereageerd, kan voor een buitenstaander wel vraagtekens oproepen, maar naar het oordeel van de rechtbank kan uit geen enkele passage uit het gesprek worden opgemaakt dat de verdachte bekent. Alle passages die de officier van justitie als belastend heeft aangehaald kunnen op meerdere manieren worden uitgelegd en bevatten geen bekentenis van de verdachte met betrekking tot datgene waar hij in deze zaak specifiek van beschuldigd wordt. Dat geldt ook voor de door de officier van justitie in het requisitoir opgenomen passage “
Ik heb haar gestreeld en het best kan dat dat ongepast was” – waarvan overigens de letterlijke uitwerking is “
Nee, maar dat is... dat... Nou, tussen haar benen aange... Ik heb haar gestreeld, dat kan best zijn dat op... Dat dat, dat dat ongepast was”. Ook dat is naar het oordeel van de rechtbank geen ondubbelzinnige bekentenis door de verdachte. Dat hij aangeeft dat iets mogelijk ongepast kan zijn geweest (overigens is niet geheel duidelijk waar hij op doelt), betekent iets heel anders dan dat er sprake is geweest strafrechtelijk verwijtbare ontuchtige handelingen.
ik heb haar niet seksueel misbruikt he”.
7.Conclusie
5.BESLISSING
- betasten van/wrijven over het/de, al dan niet met kleding bedekte,(boven/dij)be(e)n(en) van die [aangeefster] en/of
- betasten van/wrijven over de, al dan niet met kleding bedekte, borst(en) en/of tepel(s) van die [aangeefster] en/of
- betasten van/wrijven over de, al dan niet met kleding bedekte, bil(len) van die [aangeefster] en/of
- betasten van/wrijven over de, al dan niet met kleding bedekte, vagina en/of schaamlippen van die [aangeefster] en/of
- doen betasten/aanraken van zijn, verdachtes, geslachtsdeel door die [aangeefster] .
( art 247 Wetboek Pro van Strafrecht )