ECLI:NL:RBMNE:2025:6498
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen omgevingsvergunning wegens te late indiening
In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, wordt het beroep van eisers tegen een omgevingsvergunning behandeld. De vergunning was verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere voor de bouw van twee appartementengebouwen. Eisers hebben hun beroepschrift te laat ingediend, wat leidt tot niet-ontvankelijkheid van hun beroep. De rechtbank oordeelt dat het te laat indienen van het beroepschrift niet verschoonbaar is. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en begint op de dag na de bekendmaking van het besluit. In dit geval was de bekendmaking op 20 december 2024, waardoor de termijn eindigde op 31 januari 2025. Eisers hebben hun beroepschrift op 3 februari 2025 ter post bezorgd, wat buiten de termijn valt. De rechtbank wijst erop dat het aan de indiener is om aan te tonen dat het beroepschrift eerder ter post is bezorgd, wat eisers niet hebben kunnen doen. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat eisers geen recht hebben op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Rademaker, in aanwezigheid van griffier I.C. de Zeeuw-'t Lam, en is openbaar uitgesproken op 5 december 2025.