Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[betrokkene] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] ,
Inleiding
Beoordeling
Namens betrokkene stel ik beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie in de zaak met bovengenoemd CJIB-nummer.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €250 opgelegd voor het rijden over een puntstuk op 14 februari 2023 in Utrecht. Tegen de beslissing van de officier van justitie werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die de zaak behandelde op 18 november 2025. Betrokkene en haar gemachtigde waren niet aanwezig tijdens de zitting.
De kantonrechter beoordeelde of sprake was van misbruik van recht op grond van artikel 3:13 BW Pro. De enige beroepsgrond was een algemene ontkenning van de gedraging, zonder onderbouwing of toelichting. Gezien het zaaksoverzicht en de vastgestelde overtreding achtte de kantonrechter deze ontkenning evident kansloos, mede omdat de gemachtigde een ervaren professional is.
Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde aan betrokkene werd toegerekend. Tevens werd vastgesteld dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak was gedaan, maar dit leidde niet tot inhoudelijke beoordeling van de sanctie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen kosten waren gemaakt door de officier van justitie.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.