ECLI:NL:RBMNE:2025:6504
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlaging Ziektewetuitkering wegens weigering passende werkzaamheden
Eiser, voormalig werknemer die zich ziek meldde na twee bedrijfsongevallen, kreeg een verlaging van zijn Ziektewetuitkering opgelegd door het UWV wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie. Na een eerste maatregel van 25% verlaging volgde een tweede maatregel van 37,5% verlaging voor vier maanden, omdat eiser opnieuw passende werkzaamheden weigerde.
Eiser betoogde dat de aangeboden werkzaamheden niet passend waren vanwege fysieke en mentale beperkingen, waaronder moeite met hoofdbewegingen en mentale belasting door het werk dat leidde tot het tweede bedrijfsongeval. De rechtbank baseerde zich op het medisch oordeel van de bedrijfsarts en het arbeidskundig onderzoek, die concludeerden dat de werkzaamheden binnen de belastbaarheid van eiser vielen en veilig konden worden uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de maatregel terecht had opgelegd en dat eiser met dit beroep het eerdere besluit niet kon aanvechten. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.