ECLI:NL:RBMNE:2025:6504

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/3916
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verlaging van Ziektewetuitkering wegens weigering van passende werkzaamheden

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 3 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen een maatregel van het Uwv behandeld. Eiser had een Ziektewetuitkering die met 37,5% werd verlaagd voor vier maanden, omdat hij passende werkzaamheden tijdens zijn re-integratie had geweigerd. Eiser was eerder ziek gemeld na een bedrijfsongeval en had zijn werk gedeeltelijk hervat, maar na een tweede ongeval opnieuw ziek gemeld. Het Uwv had eerder al een maatregel opgelegd wegens onvoldoende medewerking aan de re-integratie. Eiser voerde aan dat de aangeboden werkzaamheden niet passend waren vanwege zijn lichamelijke en psychische klachten. De rechtbank oordeelde dat het Uwv de maatregel terecht had opgelegd, omdat eiser niet had aangetoond dat de werkzaamheden niet passend waren. De rechtbank volgde de conclusies van de arbeidsdeskundige en de bedrijfsarts, die stelden dat de aangeboden werkzaamheden binnen de belastbaarheid van eiser lagen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3916

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R.D.Z. Asmus),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: L.A.P. ter Laak).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over een maatregel die het Uwv heeft opgelegd aan eiser. De maatregel houdt in dat de Ziektewetuitkering van eiser voor de duur van vier maanden is verlaagd. Eiser is het niet eens met de opgelegde maatregel en voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de opgelegde maatregel aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv de maatregel terecht heeft opgelegd, omdat eiser passende werkzaamheden heeft geweigerd. Het beroep is ongegrond.

Inleiding

1. Eiser was werkzaam als [functie] bij [bedrijf] B.V. (ex-werkgever) voor 40 uur per week. Op 21 augustus 2023 heeft eiser zich ziek gemeld als gevolg van klachten na een bedrijfsongeval. Eiser heeft zijn werk hierna gedeeltelijk hervat, maar heeft zich na een nieuw bedrijfsongeval op 26 oktober 2024 opnieuw ziek gemeld. Het dienstverband werd beëindigd per 2 december 2023. Met ingang van 3 december 2023 is aan eiser een uitkering op grond van de Ziektewet (Zw) toegekend. Ex-werkgever is eigenrisicodrager en verantwoordelijk voor de uitvoering van de Zw. Omdat eiser onvoldoende zou hebben meegewerkt aan de re-integratie, heeft ex-werkgever het Uwv verzocht om een maatregel aan eiser op te leggen.
2. Met het besluit van 7 november 2024 heeft het Uwv aan eiser een maatregel opgelegd tot verlaging van zijn Zw-uitkering met 25% vanaf 12 oktober 2024 tot en met 11 februari 2025, omdat eiser niet of onvoldoende heeft meegewerkt aan het opstellen van een re-integratieplan. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Op 13 mei 2025 heeft het Uwv het bezwaar, onder verwijzing naar de rapportage van de arbeidskundige bezwaar en beroep van 12 mei 2025, ongegrond verklaard.
3. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd met het zaaknummer UTR 25/3915. De rechtbank heeft nog geen uitspraak op het beroep gedaan.
4. Op 10 februari 2025 heeft ex-werkgever het Uwv verzocht om de opgelegde maatregel te verlengen. Met het besluit van 7 april 2025 (het primaire besluit) heeft het Uwv aan eiser een tweede maatregel opgelegd tot verlaging van Zw-uitkering. De Zw-uitkering van eiser is verlaagd met 37,5 % voor vier maanden, gerekend vanaf 12 februari 2025 tot en met 11 juli 2025. Aan de maatregel is ten grondslag gelegd dat eiser opnieuw niet of onvoldoende heeft meegewerkt aan het opstellen van een re-integratieplan.
5. Het Uwv heeft met het besluit van 3 juni 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiser ongegrond verklaard onder wijziging van de motivering van het besluit. Het Uwv heeft gemotiveerd dat de maatregel niet is opgelegd als gevolg van het niet meewerken aan het opstellen van een re-integratieplan, maar als gevolg van het niet of onvoldoende meewerken aan re-integratie inspanningen van ex-werkgever.
6. Eiser heeft tegen bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
7. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. D. Lagendijk (waarnemer van de gemachtigde van eiser) en de gemachtigde van het Uwv. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader
8. Het Uwv weigert het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de verzekerde zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd mee te werken aan door zijn werkgever getroffen maatregelen die erop gericht zijn om hem in staat te stellen passende arbeid te verrichten. [1] Een dergelijke maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. [2] Het Uwv kan ook afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. [3]
9. In het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten is de verplichting tot het meewerken aan de door werkgever getroffen maatregelen, die erop gericht zijn om passende arbeid te verrichten, ingedeeld in de derde-categorie. [4] De hoogte en duur van een op te leggen maatregel voor het niet naleven van een verplichting uit de derde categorie wordt vastgesteld op 25% van het uitkeringsbedrag gedurende ten minste vier maanden. [5] Indien binnen twee jaar na de bekendmaking van een maatregel opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk wordt nagekomen (recidive) wordt het kortingspercentage van de op te leggen maatregel met 50% verhoogd tot 37,5%. [6]
Omvang van het geding
10. Bij de beoordeling van het beroep stelt de rechtbank voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat na het opleggen van de eerste maatregel door ex-werkgever aangepaste werkzaamheden zijn aangeboden en dat eiser die werkzaamheden opnieuw heeft geweigerd. De aangeboden werkzaamheden bestaan uit aangepast eigen werk, bestaande uit het lopend scannen van pallets met een handscanner voor 4 uur per dag en 20 uur per week. Op zitting is gebleken dat tussen partijen enkel in geschil is of deze werkzaamheden passend zijn.
11. De rechtbank gaat er bij de beoordeling van het beroep vanuit dat de eerste maatregel van 7 november 2024 terecht is opgelegd, nu nog niet is beslist op het beroep van eiser tegen deze maatregel. Eiser kan met het beroep tegen het bestreden besluit niet het besluit van 7 november 2024 aantasten.
Gronden van eiser
12. Eiser voert aan dat de door ex-werkgever aangeboden werkzaamheden niet passend zijn, omdat uitvoering daarvan om lichamelijke en psychische redenen niet van hem kan worden gevergd. [7] In dit kader voert eiser aan dat hij moeite heeft met aaneengesloten lopen en het draaien van zijn nek. Dat eiser zijn hele lichaam kan meedraaien werkt in een dynamische werkomgeving volgens eiser niet. Ook leiden de werkzaamheden tot mentale belasting, aangezien de werkzaamheden exact dezelfde zijn als die hij uitvoerde toen het tweede bedrijfsongeval tijdens de re-integratie plaatsvond. Ex-werkgever heeft volgens eiser nagelaten om werk aan te bieden dat passend is binnen zijn belastbaarheid, zodat de maatregel ten onrechte aan eiser is opgelegd.
Beoordeling door de rechtbank
13. De rechtbank stelt vast dat de klachten van eiser in het inzetbaarheidsprofiel van de bedrijfsarts van 17 januari 2025 zijn erkend en vertaald naar beperkingen. De bedrijfsarts heeft meerdere beperkingen aangenomen, zowel op fysiek als psychisch vlak. Zo zijn onder meer beperkingen aangenomen voor omgaan met druk, hoofdbewegingen, reiken, buigen, staan en zitten. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat eiser het hoofd beperkt kan bewegen en dat eiser een half uur achtereen kan staan of zitten en regelmatig van houding moet wisselen. Eiser heeft niet met medische stukken onderbouwd dat hij meer en verdergaand beperkt is dan de bedrijfsarts heeft aangenomen. De rechtbank gaat bij de beoordeling van het beroep daarom uit van de juistheid van het medisch oordeel van de bedrijfsarts over de fysieke en mentale belastbaarheid van eiser.
14. Ex-werkgever heeft een arbeidskundig onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van eiser voor re-integratie. De conclusie van dit onderzoek is dat de aangeboden werkzaamheden passend zijn en dat de belastbaarheid van eiser, zoals vastgelegd in het inzetbaarheidsprofiel van de bedrijfsarts, niet wordt overschreden. De aangeboden werkzaamheden worden lopend en staand uitgevoerd en kunnen in het kader van re-integratie, naar eigen inzicht worden onderbroken met zitten. Het maken van hoofdbewegingen komt ook voor, maar kan gereduceerd worden door de schouders of het lichaam mee te draaien/te bewegen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geen aanleiding gezien om anders te oordelen. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om aan te nemen dat deze conclusie onjuist is.
15. De rechtbank begrijpt dat eiser zich zorgen maakt nu de aangepaste werkzaamheden dezelfde zijn als die waarbij hij een ongeluk heeft gehad op de werkplek. Uit wat onder 14. is overwogen volgt echter dat er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de mentale belastbaarheid van eiser met de werkzaamheden wordt overschreden. Voor zover eiser betoogt dat de werkzaamheden niet veilig kunnen worden uitgevoerd, overweegt de rechtbank het volgende. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft onderzocht of de werkplek veilig is, nu eiser hierover zijn zorgen heeft geuit. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in haar rapportage van 12 mei 2025 toegelicht dat de door ex-werkgever ingeschakelde arbeidsdeskundige de werkplek heeft bezocht. In aanvulling hierop heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep contact opgenomen met ex-werkgever en informatie opgevraagd over het veiligheidsprotocol. De ex-werkgever heeft toegelicht dat de werkzaamheden met het veiligheidsprotocol op een veilige manier kunnen worden uitgevoerd. Zo rijdt men rechts en achteruit, zodat goed zicht is op de omgeving, en lopen voetgangers over een groen belijnd pad. Als personeel door de grote openstaande deuren van de ene loods naar de andere loods rijdt of een hoek nadert, wordt er getoeterd. Iedereen draagt veiligheidsschoenen en een veiligheidshesje. De rechtbank kan de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep volgen in zijn conclusie dat de werkplek veilig is.
16. Gelet op het voorgaande, kan de rechtbank de conclusie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in de rapportage van 12 mei 2025 volgen dat de aangeboden werkzaamheden passend zijn.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Omdat eiser passende werkzaamheden heeft geweigerd, heeft het Uwv de tweede maatregel terecht opgelegd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Ermers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 45, eerste lid, aanhef en onder m, van de Zw.
2.Artikel 45, tweede lid, van de Zw.
3.Artikel 45, vierde lid, van de Zw.
4.Artikel 6 van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten.
5.Artikel 2 van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten.
6.Artikel 8 van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten.
7.Artikel 7:658a van het Burgerlijk Wetboek.