Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de stiefvader met zijn advocaat,
- [belanghebbende 1 (voornaam)] ,
- de moeder.
2.Waar de procedure over gaat
[A](hierna te noemen: de vader) is geboren:
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot (stiefouder)adoptie van een meerderjarige, ingediend door de stiefvader. De stiefvader heeft op 4 augustus 2025 een verzoekschrift ingediend, dat op 18 november 2025 tijdens een mondelinge behandeling is besproken. De rechtbank heeft vastgesteld dat de meerderjarige [belanghebbende 1 (voornaam)] op de dag van indiening van het verzoek 35 jaar oud was, waardoor niet voldaan werd aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder a BW. De rechtbank heeft geconcludeerd dat er geen zeer bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat dit vereiste wordt genegeerd. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de relevante wetgeving en jurisprudentie, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank heeft de emotionele argumenten van de stiefvader en [belanghebbende 1 (voornaam)] erkend, maar heeft geoordeeld dat de huidige wetgeving geen ruimte biedt voor adoptie van een meerderjarige zonder dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De rechtbank heeft het verzoek tot adoptie afgewezen, met de opmerking dat het aan de wetgever is om eventuele noodzakelijke wetswijzigingen te overwegen.