11. De rechtbank stelt verder vast dat uit het bestreden besluit, het eerder genoemde document “motivering weigering per document” en het verweerschrift niet volgt dat het college bij de toepassing van de relatieve weigeringsgronden uit artikel 5.1, tweede lid, van de Woo, een belangenafweging heeft gemaakt. Dat is voor het toepassen van die weigeringsgronden echter wel noodzakelijk. Zonder die (nadere) toelichting en afweging is het voor de rechtbank onduidelijk waarom de belangen die deze weigeringsgronden beogen te beschermen volgens het college zwaarder moeten wegen dat het algemene belang van openbaarmaking.
12. Ten aanzien van de deels door het college openbaar gemaakte documenten bij de herziene deelbesluiten 1c en 1d overweegt de rechtbank ten slotte nog als volgt. In document 0199 is een mailwisseling onder de disclaimer weggelakt met een beroep op artikel 5.1, tweede lid, onder i, van de Woo. De rechtbank heeft kennisgenomen van de mailwisseling. Het college stelt dat openbaarmaking het belang van de gemeente schaadt zolang de door [naam] aangespannen rechtszaak nog loopt. Dat de gehele e-mailwisseling daarom niet openbaar kan worden gemaakt, kan de rechtbank zonder nadere toelichting niet volgen. Het college zal dit nader moeten motiveren. Indien het college het conflict met [naam] bij die motivering wil betrekken, zal zij dat per onderdeel van de
e-mailwisseling moeten doen. Daarnaast zal het college bij het toepassen van deze weigeringsgrond ook een belangenafweging moeten maken, waarbij betrokken moet worden wat de huidige status is van de rechtszaak waaraan zij refereert. In document [nummer4] is een bedrag weggelakt met toepassing van artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de Woo. De rechtbank vindt de motivering van deze weigering ontoereikend. Het gaat om een van de Floriade B.V. ontvangen kostenraming voor de tijdelijke inrichting van de Floriade van
30 maart 2021. Het is de rechtbank zonder nadere motivering niet duidelijk waarom dit bedrijfs- en fabricagegegevens zijn die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Vast staat dat de gemeente enig aandeelhouder is van de Floriade B.V. Dat roept de vraag op of de belangen van de Floriade B.V. in het kader van dit artikel als losstaand van de belangen van de gemeente kunnen worden beschouwd of dat zij met elkaar moeten worden vereenzelvigd. Daarnaast wijst Omroep Flevoland er terecht op dat de Floriade een eenmalig evenement was dat jaren geleden is gehouden. In dat kader dient het college nader te motiveren waarom er nog steeds belang is bij het weglakken van het betreffende bedrag. De rechtbank heeft bovendien ambtshalve geconstateerd dat het betreffende bedrag genoemd wordt in een reeds openbaar gemaakte brief van 8 april 2021 van het college aan de gemeenteraad. Het college zal nader moeten motiveren waarom dit bedrag desondanks geweigerd kan worden op deze grond. In document [nummer5] is het ingeschatte verlies van de Floriade bij twee scenario’s van gecontroleerde afbouw van de Floriade gelakt, maar het percentage “vrijval” van beide scenario’s niet. Op de zitting heeft het college verklaard dat die percentages per abuis niet zijn gelakt. Daarnaast staat er in het document “motivering weigering per document” dat dit document gaat over exit scenario’s en dat dit geen betrekking heeft op de rechtszaak met [naam] . Om die reden is het document grotendeels openbaar gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat deze toelichting niet toereikend is voor het weigeren van het ingeschatte verlies. Daarnaast zal het college ook in dit kader een belangenafweging moeten maken en daarbij moeten betrekken dat – zoals het college aangeeft – de genoemde exit scenario’s zich uiteindelijk niet hebben voorgedaan.
De weigering op grond van de Aanbestedingswet
13. Ten aanzien van de weigering tot openbaarmaking van diverse documenten op grond van de Aanbestedingswet overweegt de rechtbank als volgt. Uit de gedingstukken leidt de rechtbank af dat deze weigering ziet op artikel 2.57 van de Aanbestedingswet. In artikel 8.8 van de Woo is bepaald dat de Woo niet van toepassing is op informatie uit dat artikel voor zover het door de ondernemer als vertrouwelijk aangemerkte informatie betreft (lid 1) en voor zover de informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen (lid 2). De rechtbank is van oordeel dat het college de weigering op deze gronden onvoldoende heeft gemotiveerd. Het college heeft namelijk niet per document(onderdeel) gespecifieerd of het gaat om informatie als bedoeld in het eerste of het tweede lid. Dat zal zij eerst moeten doen. Indien het tweede lid volgens het college van toepassing is, zal zij vervolgens moeten beoordelen of het tijdsverloop sinds de Floriade maakt dat die informatie nog steeds zou kunnen worden gebruikt om de mededinging te vervalsen. Omroep Flevoland wijst er terecht op dat dit inmiddels anders kan zijn. Als het college vindt dat de documenten nog steeds kunnen worden geweigerd op grond van het tweede lid, dan dient zij dat nader te motiveren.
De opdracht van de rechtbank aan het college
14. Aangezien het bestreden besluit gelet op voorgaande overwegingen meerdere motiveringsgebreken bevat, zal de rechtbank het bestreden besluit op deze punten vernietigen.
15. De rechtbank is van oordeel dat het college een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar. In dat besluit moet het college per document op paragraaf- dan wel alineaniveau motiveren of, en zo ja, welke motiveringsgrond zij van toepassing acht. Die motivering moet verder strekken dan een duiding van het betreffende document in het bestuurlijke traject. Er zal per documentonderdeel een toelichting moeten worden gegeven waarom de in dat onderdeel vervatte informatie niet openbaar kan worden gemaakt en welke weigeringsgrond daarop van toepassing is. Indien het college een relatieve weigeringsgrond toepast, zal zij ook een belangenafweging moeten maken.
16. Voor deze herbeoordeling geeft de rechtbank aan het college het volgende mee. Ten aanzien van de weigeringsgronden van artikel 5.1, tweede lid, onder i (goed functioneren van bestuursorganen) en artikel 5.1, tweede lid, onder b (economische of financiële belangen van bestuursorganen) kan het door het college genoemde belang van haar onderhandelingspositie en de vertrouwelijkheid van mediation naar het oordeel van de rechtbank een rol spelen. Een algemene verwijzing naar een al dan niet nog lopend conflict met een derde partij is daartoe echter onvoldoende. Dat alle documenten die verband houden met dat conflict per definitie vallen onder die weigeringsgronden vindt de rechtbank te kort door de bocht. Het college zal per documentonderdeel moeten aangeven wat de (maatschappelijke) context van dat document is en waarom de informatie in dat document (nog) niet openbaar kan worden gemaakt.
Conclusie en gevolgen
17. Het beroep is gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen behoudens voor zover het ziet op de documenten [nummer1] en [nummer2] . In de overige gevallen moet het college in het nieuwe besluit (nog) een afweging maken of deze documenten alsnog (gedeeltelijk) openbaar kunnen worden gemaakt dan wel moet het college aanvullend motiveren waarom deze documenten niet geopenbaard kunnen worden.
18. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of de rechtsgevolgen in stand te laten. De rechtbank zal daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepalen dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor een termijn van zes weken.
19. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht vergoeden aan eiseres.