ECLI:NL:RVS:2018:666
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Sevenster
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten over protestorganisaties in Groningen
De zaak betreft een verzoek van appellant om openbaarmaking van documenten met betrekking tot inlichtingen- en opsporingshandelingen rond protestorganisaties in Groningen tussen 2012 en 2014. De minister heeft dit verzoek afgewezen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), met name vanwege het belang van bescherming tegen onevenredige benadeling van de NCTV en andere overheidsorganisaties.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat de minister voldoende inzichtelijk had gemaakt op welke gronden de openbaarmaking was geweigerd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij onvoldoende inzicht had in de specifieke weigeringsgronden per documentonderdeel, maar de Afdeling oordeelde dat de minister met de inventarislijst en motivering voldoende duidelijkheid had gegeven.
Verder heeft appellant betoogd dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling. De Afdeling stelde vast dat openbaarmaking het functioneren van de NCTV zou ondermijnen doordat informatieleveranciers terughoudender zouden worden, en dat dit belang zwaarder weegt dan het belang bij openbaarmaking.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van de documenten wordt bevestigd.