ECLI:NL:RBMNE:2025:6583

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/3030
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd

Eiseres heeft na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees deze af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres betwistte dit en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en de geselecteerde functies niet passend.

De rechtbank toetste of het UWV de wet correct had toegepast en of de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts alle klachten en diagnoses had betrokken en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld, ook rekening houdend met de combinatie van lichamelijke en psychische aandoeningen.

De arbeidsdeskundige had op basis van de FML passende functies geselecteerd en gemotiveerd waarom deze binnen de belastbaarheid van eiseres vielen. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat de functies ongeschikt waren, ook niet vanwege taalbeheersing of reiken.

De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-aanvraag had afgewezen omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3030

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.L. Wittensleger),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).

Inleiding

Eiseres heeft gewerkt als [functie] voor gemiddeld 30 uur per week. Op 18 januari 2022 heeft zij zich ziekgemeld in verband met gezondheidsklachten. Na twee jaar ziekte heeft eiseres een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.
Met het besluit van 15 december 2023 (het primaire besluit) heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat eiseres per 16 januari 2024 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet iemand minimaal 35% arbeidsongeschikt zijn.
Eiseres is het daar niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Met het besluit van 9 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering in stand gelaten.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiseres was daarbij aanwezig samen met haar echtgenoot, [persoon] , en bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Waar gaat deze zaak over?

1. Deze zaak gaat over de vraag of eiseres recht heeft op een WIA-uitkering. Daarbij gaat het om de gezondheidssituatie van eiseres op 16 januari 2024, dat is de beoordelingsdatum.
2. Het Uwv vindt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft zich hierbij gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek.
3. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat de medische beoordeling inhoudelijk onjuist is en dat de functies ten onrechte als passend zijn geselecteerd.

Hoe toetst de rechtbank?

4. Aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, moet de rechtbank beoordelen of het Uwv de WIA-aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Bij die beoordeling moet de rechtbank bekijken of het Uwv de regels uit de wet goed heeft toegepast. Daarbij is het zo dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, maar deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten de rapporten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen deze geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten de daarin getrokken conclusies voldoende begrijpelijk zijn.
5. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Bij de rechtbank werken namelijk geen artsen en de rechtbank kan zelf dus niet zomaar zeggen dat een verzekeringsarts een onjuiste medische conclusie heeft getrokken. Dit betekent dat hoe iemand zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

De medische beoordeling
6. Eiseres voert aan dat haar belastbaarheid niet juist is vastgesteld. Zij is bekend met verschillende lichamelijke en psychische klachten, waarvoor zij onder behandeling staat. Zij gebruikt zware medicatie die bijwerkingen geven. Volgens eiseres heeft het Uwv ten onrechte niet meer beperkingen aangenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Volgens eiseres had vanwege de energetische belastbaarheid een verdergaande urenbeperking aangenomen moeten worden. Zij wijst daarbij op haar dagverhaal en de combinatie van de lichamelijke en psychische aandoeningen, ieder afzonderlijk maar vooral in hun onderlinge samenhang bezien. Volgens eiseres kijkt het Uwv niet naar hoe zij zich voelt. Zij kan niet zo lang staan als het Uwv zegt, omdat zij een hernia heeft.
7. De rechtbank is het niet eens met eiseres dat het Uwv haar klachten onvoldoende zorgvuldig heeft beoordeeld. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank ook geen reden om aan te nemen dat de medische beoordeling onjuist is. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 6 maart 2025 blijkt dat zij op de hoogte was van de door eiseres gestelde klachten en diagnoses, haar medische voorgeschiedenis en de beschikbare informatie uit de behandelende sector. Het is duidelijk dat eiseres psychische en lichamelijke klachten ondervindt. Op basis van de verkregen medische informatie, maar ook haar eigen onderzoeksbevindingen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar rapport duidelijk uitgelegd hoe zij tot haar beoordeling is gekomen en in hoeverre eiseres wel belast kan worden met werk. Daarbij ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met de combinatie van de verschillende klachten en aandoeningen. De rechtbank legt dat hierna verder uit.
8. Wat betreft de lichamelijke klachten heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht dat na de beoordelingsdatum op 29 juli 2024 ook sprake is van een hernia, waarvoor een operatie op 30 januari 2025 volgt. Op de datum van het primair spreekuur waren er geen aanwijzingen voor een radiculair syndroom, maar daarna is de situatie gewijzigd. Er is aanvullend lichamelijk onderzoek aan de rug verricht. Daarvoor zijn in de FML van 6 maart 2025 beperkingen aangenomen. Verder blijkt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen ernstig (invaliderende) aandoening van de nek en schouder aanwezig te zijn. Ook de onderzoeksbevindingen duiden hier niet op. Van een ernstig krachtverlies zoals de manueel therapeut (zonder datum) in zijn brief beschrijft is dan ook volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen sprake. Verder zijn in de FML beperkingen aangenomen die erop zien dat de rechterschouder van eiseres wordt ontzien. Voor de hoofdpijn/migraine gebruikt eiseres medicatie, maar eiseres kan volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar ervaren klachten en medicatiegebruik niet specificeren en dit blijkt ook niet uit een medisch objectiveerbare brief van een betrokken neuroloog op de datum in geding. Voor de incontinentieklachten gebruikt eiseres Fesoterodine, wat anamnestisch overdag effect heeft. Een toilet in de buurt is daarom aangewezen.
9. Vanwege de psychische klachten, die ook door de psychiater van eiseres worden bevestigd, zijn in de FML verschillende beperkingen aangenomen. Daarbij stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de psychiater enkel een depressieve episode (met postmigraine stressoren en relationele problematiek) beschrijft, waarbij geen sprake is van PTSS en geen gegeneraliseerde angststoornis. De medicatie die eiseres hiervoor gebruikt, Mirtazapine en Quetiapine, zijn ruim na de beoordelingsdatum. Tijdens het onderzoek in bezwaar werd volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen ernstig depressief beeld gezien, wel een forse aanpassingscomponent over de ervaren psychische klachten. Tot slot is voor de energetische belastbaarheid van eiseres een urenbeperking aangenomen van maximaal 6 uur per dag en 30 uur per week. Daarnaast zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep avonddiensten niet aangewezen vanwege de combinatie van de onderliggende medische aandoeningen inclusief pijn, depressieve problematiek en slechter slapen.
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed en duidelijk toegelicht dat er geen aanleiding is om per de beoordelingsdatum (16 januari 2024) meer of andere beperkingen aan te nemen dan al zijn aangenomen. De aanwezige medische informatie afkomstig uit de behandelend sector biedt daarvoor geen steun. Eiseres heeft verder geen andere medische informatie ingebracht op basis waarvan getwijfeld moet worden aan de vastgestelde belastbaarheid door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dat betekent dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep met de FML van 6 maart 2025 voldoende beperkingen heeft aangenomen voor de bestaande klachten van eiseres per 16 januari 2024. De beroepsgrond slaagt niet.
De arbeidskundige beoordeling
11. Over de arbeidskundige beoordeling stelt eiseres dat zij de geselecteerde functies niet kan verrichten. Volgens eiseres overschrijden de combinatie van belastingen bij de geselecteerde functies met een arbeidsduur van 6 uur per dag, haar belastbaarheid. Zij verwijst daarbij naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 12 oktober 2006 [1] , waaruit volgt dat zelfs als ieder afzonderlijk belastingpunt van een functie binnen de grenzen van de toegestane belastbaarheid blijft, de totaalbelasting van de functie in relatie tot de belastbaarheidsgegevens zodanig kan zijn dat deze vragen oproept inzake de passendheid van de functie. Verder heeft eiseres in haar aanvullend beroepschrift de beperkingen in de FML opgesomd die volgens haar maken dat de functies niet geschikt zijn. Daarbij wijst zij onder meer op de beperkte beheersing van de Nederlandse taal en het niet Engels kunnen spreken en lezen.
12. Voor wat betreft de beheersing van de Nederlandse taal stelt de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het aanvullend rapport van 25 september 2025 dat eiseres de Nederlandse taal voldoende beheerst om aan de vereisten van de geselecteerde functies te voldoen. De rechtbank kan deze motivering volgen. Ook iemand met een beperkte lees- en taalvaardigheid in de Nederlandse taal kan doorgaans in staat worden geacht om eenvoudige productiematige functies te vervullen. Alle geselecteerde functies hebben opleidingsniveau 2, wat voltooid basisonderwijs veronderstelt en eventueel enkele jaren vervolgonderwijs zonder diploma of andere opleiding van dit niveau. Eiseres voldoet hieraan, omdat zij in Marokko basisonderwijs heeft gevolgd en daarna VMBO/MBO 2 heeft voltooid met een diploma. Daarnaast heeft eiseres in 2008 een cursus Nederlandse taal gevolgd en afgerond. Uit de functiebeschrijving van de functie Monteur printplaten blijkt dat de interne opleiding die gevolgd moet worden een eenvoudige opleiding betreft, waarbij de training en eindtoets een combinatie is van foto’s en voorbeelden met tekst. Gezien het opleidingsniveau van eiseres, de gevolgde taalcursus, de opgedane werkervaring en het feit dat eiseres geen cognitieve beperkingen heeft, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep terecht geconcludeerd dat er geen reden is om de functie vanwege de beheersing van de Nederlandse taal als niet passend aan te merken.
13. Gelet op het opleidingsniveau van eiseres ziet de rechtbank ook niet in waarom zij niet in staat zou zijn de vakgerichte opleiding van vier dagen in het Engels te volgen in de functie van Medior soldering operator. Daarbij betrekt de rechtbank dat de arbeidskundige bezwaar en beroep overleg met de arbeidskundige analist heeft gehad. Hij heeft toegelicht dat de te volgen cursus en het examen in het Nederlands wordt gegeven. Het gaat daarbij om veelal technische Engelse termen. Medewerkers die niet vaardig zijn met de (Engelse) taal worden hiermee geholpen wanneer zij vragen/termen niet begrijpen. De beheersing van de taal hoeft niet op een hoog niveau te staan. De rechtbank kan deze toelichting volgen.
14. Verder ziet de rechtbank in wat eiseres aanvoert geen reden om te oordelen dat de geselecteerde functies gezien de belasting voor haar niet geschikt zijn. Als uitgangspunt geldt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep moet uitgaan van de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML van 6 maart 2025 heeft vastgesteld. Hij kan daar niet zelf beperkingen aan toevoegen. Op basis van die FML heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep drie functies geselecteerd. Voor zover eiseres stelt dat de functies niet geschikt zijn omdat zij meer beperkt is dan in de FML is aangenomen, kan die beroepsgrond dus niet slagen.
15. Voor wat betreft het reiken, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het aanvullend rapport van 25 september 2025 gemotiveerd toegelicht dat in de geselecteerde functies geen sprake is van een overschrijding op dit punt, ook niet wat de totale belasting betreft. Volgens de FML is de maximale reikafstand voor eiseres 60 cm en kan zij tijdens elk uur van de werkdag ongeveer 600 keer reiken. Dit geldt alleen voor de rechterarm van eiseres. De linkerarm is niet beperkt voor wat betreft het reiken. In de functie Productiemedewerker confectie, kleermaken coupeuse is sprake van een totale frequentie bij het ophangen van kledingstukken van slechts 15 keer per uur, waarbij maximaal 70 centimeter gereikt moet worden met een laag gewicht tot maximaal 3 kilogram. Gelet hierop is deze 15 keer met de niet beperkte linkerarm uit te voeren zonder gevaar voor overbelasting. Dit geldt ook voor de functie Productiemedewerker textiel, geen kleding machinestikker, waar sprake is van 400 keer tot slechts 40 centimeter reiken en er verder niet zwaar kracht hoeft te worden gezet dan wel een zwaar voorwerp verplaatst moet worden. De rechtbank kan deze toelichting volgen. In wat eiseres hiertegen op de zitting naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen reden om aan de conclusies van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep te twijfelen. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom volgens haar wel sprake is van overbelasting. Verder blijkt uit de Resultaat functiebeoordeling dat er voor de geselecteerde functies geen signaleringen zijn gegeven op de overige door eiseres in haar beroepschrift opgesomde beperkingen in de FML. Dat betekent dat er geen sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid op die punten en dat een nadere motivering niet hoeft te worden gegeven.
16. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft verder voldoende gemotiveerd waarom de geselecteerde functies binnen de belasting van eiseres vallen. Waar in de FML wel beperkingen zijn aangenomen, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies de aangenomen beperkingen niet overschrijden, ook niet wat betreft de totaalbelasting. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de functies en de totaalbelasting heeft besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het gaat om eenvoudig taakgerichte en routinematige productiewerk, waarbij geen sprake is van een hoog handelingstempo of van een werkdruk die buiten de belasting van eiseres valt. De conclusie daarvan is dat de functies geschikt zijn.
17. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het Uwv de geselecteerde functies aan de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag heeft kunnen leggen. Hieruit volgt dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres minder is dan de vereiste 35% om voor een WIA-uitkering in aanmerking te komen.

Wat is de conclusie van de rechtbank?

18. Het Uwv heeft de WIA-aanvraag van eiseres terecht afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Azmi, griffier.
griffier
rechter
De griffier is verhinderd
deze uitspraak mede te ondertekenen.
Uitgesproken op 20 november 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.