ECLI:NL:RBMNE:2025:6583
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres heeft na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees deze af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres betwistte dit en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en de geselecteerde functies niet passend.
De rechtbank toetste of het UWV de wet correct had toegepast en of de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts alle klachten en diagnoses had betrokken en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld, ook rekening houdend met de combinatie van lichamelijke en psychische aandoeningen.
De arbeidsdeskundige had op basis van de FML passende functies geselecteerd en gemotiveerd waarom deze binnen de belastbaarheid van eiseres vielen. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat de functies ongeschikt waren, ook niet vanwege taalbeheersing of reiken.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-aanvraag had afgewezen omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering.