ECLI:NL:CRVB:2006:AY9976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering na aanpassing CBBS-systeem
Appellante stelde dat zij meer lichamelijke beperkingen had dan door het UWV was aangenomen en dat psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad beoordeelde het aangepaste Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) dat het UWV gebruikt om arbeidsongeschiktheid te bepalen. De Raad concludeerde dat de eerder geconstateerde onvolkomenheden in het CBBS-systeem waren opgeheven door de aangebrachte aanpassingen, zoals verbeterde nummering, signaleringen van mogelijke overschrijdingen en vermelding van niet-matchende punten.
De Raad benadrukte dat alle signaleringen van mogelijke overschrijdingen van belastbaarheid van een functie voorzien moeten worden van een afzonderlijke toelichting, ook wanneer het UWV deze signaleringen omzet in een 'evident geschikt'-status zonder nadere motivering. Dit is noodzakelijk voor transparantie en toetsbaarheid door justitiabelen en de rechter.
De medische en arbeidskundige beoordelingen van het UWV werden niet betwist door de Raad, die oordeelde dat het besluit om appellante geen WAO-uitkering toe te kennen op goede gronden was gebaseerd. Echter, het besluit ontbrak aan een deugdelijke motivering bij de eerste instantie. Daarom vernietigde de Raad het besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en zorgvuldige motivering bij het gebruik van geautomatiseerde systemen in sociale zekerheidsrechtspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om appellante geen WAO-uitkering toe te kennen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.