ECLI:NL:RBMNE:2025:6598

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/4402
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening inzake exploitatievergunning voor horeca gelegenheid in Woerden

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 17 november 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster, die een exploitatievergunning voor een horeca gelegenheid in Woerden heeft aangevraagd, behandeld. De burgemeester van de gemeente Woerden heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat volgens hem noodzakelijke informatie voor een Bibob-onderzoek ontbreekt. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en stelt dat zij alle gevraagde informatie heeft verstrekt. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het niet voldoet aan de vereisten van materiële connexiteit. Dit houdt in dat het verzoek niet betrekking heeft op de inhoud van het bestreden besluit, dat enkel over het buiten behandeling stellen van de aanvraag gaat. De voorzieningenrechter legt uit dat verzoekster met haar verzoek niet kan bereiken dat de burgemeester de exploitatievergunning nu al verleent of dat het restaurant tijdelijk open mag zijn. De uitspraak benadrukt dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, in aanwezigheid van griffier mr. M.E.C. Bakker, en is openbaar uitgesproken op 17 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4402

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , h.o.d.n. [handelsnaam] ', uit [plaats] , verzoekster
en

de burgemeester van de gemeente Woerden

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Verzoekster heeft een aanvraag gedaan om een exploitatievergunning voor [horeca gelegenheid] ’ in Woerden. De burgemeester heeft die aanvraag in het besluit van 27 juni 2025 (het bestreden besluit) buiten behandeling gesteld, omdat volgens hem noodzakelijke informatie om een Bibob-onderzoek te kunnen starten, wat nodig is voor een beoordeling van de aanvraag, ontbreekt. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij stelt dat zij alle gevraagde informatie wel heeft verstrekt.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit bezwaar is gemaakt bij het bestuursorgaan of beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (de formele connexiteit), ook moet wat verzoekster met haar verzoek wil bereiken betrekking hebben op de inhoud van dat bestreden besluit (de materiële connexiteit). [1]
4. In haar verzoek om voorlopige voorziening vraagt verzoekster de voorzieningenrechter om te bepalen dat de burgemeester, totdat hij op het bezwaar van verzoekster heeft beslist, moet gedogen dat haar restaurant open is.
5. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit verzoek niet voldoet aan het hiervoor genoemde vereiste van materiële connexiteit, omdat wat verzoekster wil bereiken geen betrekking heeft op de inhoud van het bestreden besluit. Het bestreden besluit gaat alleen over het buiten behandeling stellen van een aanvraag om een exploitatievergunning. Met het verzoek om een voorlopige voorziening kan dus uitsluitend worden bereikt dat de burgemeester de aanvraag alsnog in behandeling neemt.
6. Verzoekster kan met dit verzoek om een voorlopige voorziening niet bereiken dat de burgemeester wordt opgedragen om aan haar de gevraagde exploitatievergunning nu al te verlenen of om de exploitatie van het restaurant tijdelijk te gedogen, want dat is te ver verwijderd van de inhoud van het bestreden besluit. Er is dus, anders dan verzoekster aanneemt, geen ruimte voor een voorziening die inhoudt dat het restaurant (tijdens de bezwaarprocedure) open mag zijn. Daarmee is dus niet voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit. [2]

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1338, onder r.o. 5.2.
2.Vgl. de uitspraak van deze rechtbank van 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4829.