Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
allebei uit [plaats] , eisers
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: 1. [derde belanghebbende 1] , 2. [derde belanghebbende 2] , allebei uit [plaats] , verzoekers om handhaving.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
oorspronkelijk hoofdgebouw’. Dat voor vergunningsvrij bouwen wordt gekeken naar de grond, met uitzondering van de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw, is ook in rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd. [3] Eisers hebben niet betwist dat de oorspronkelijke garage niet is vergund als onderdeel van het hoofdgebouw. Omdat eisers de berekening van het college verder niet hebben betwist, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers de schuur met kap en de overkapping/veranda hebben gebouwd zonder benodigde omgevingsvergunning. Dat in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Woz) de garage volgens eisers is aangemerkt als onderdeel van de woning, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders, omdat voor vergunningsvrij bouwen het ‘
oorspronkelijk hoofdgebouw’ bepalend is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek tot rechtstreeks beroep inzake de reactie van het college van 17 maart 2025 af.