ECLI:NL:RBMNE:2025:6628
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om herbeoordeling van WIA-aanvraag
Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. T. Voortman-Foppen, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Eiser had beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig had beslist op zijn verzoek om herbeoordeling van een WIA-aanvraag. De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag op 20 december 2024 had ontvangen, maar te laat had beslist. Eiser had op 6 november 2025 beroep ingesteld, nadat hij op 5 september 2025 een ingebrekestelling had verzonden. De rechtbank stelde vast dat verweerder binnen twee maanden na de uitspraak een beslissing moest nemen en dat er een dwangsom van € 100,- per dag moest worden betaald voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten en het griffierecht van € 53,- aan eiser. De uitspraak werd openbaar uitgesproken en een afschrift werd verzonden aan de betrokken partijen.