ECLI:NL:RBMNE:2025:6658

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/1126
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.A.J. Woutersen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 1:3 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:20 AwbArtikel 15 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering verkeersbesluit door college gegrond verklaard in verkeersveiligheidszaak

Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren om een verkeersbesluit te nemen vanwege structurele overschrijding van de maximumsnelheid van 30 km/u bij zijn woning. Na uitblijven van een besluit stelde eiser het college in gebreke en startte een beroep wegens niet tijdig beslissen. Het college nam uiteindelijk een besluit waarin het aangaf geen verkeersmaatregelen te treffen, wat eiser betwistte als niet rechtsgeldig.

De rechtbank oordeelt dat het college wel degelijk heeft beslist door te weigeren een verkeersbesluit te nemen. Deze weigering wordt gelijkgesteld met een besluit, ook al is het niet gepubliceerd en ontbraken bepaalde formele vereisten zoals overleg met de politie vooraf en een bezwaarclausule. Het beroep wegens niet tijdig beslissen is daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat de weg voldoet aan de minimale vereisten en dat de gemiddelde snelheid onder de 30 km/u ligt. Het college heeft bovendien maatregelen genomen ter optimalisering van een bestaande snelheidsremmer, waarvoor geen verkeersbesluit nodig is. De rechtbank ziet geen onredelijk gebruik van beoordelingsruimte en verklaart het beroep tegen de weigering ongegrond.

Ten slotte wijst de rechtbank het verzoek om dwangsommen af omdat het verkeersbesluit een besluit van algemene strekking is en geen beschikking. Eiser krijgt geen gelijk en ook geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de weigering om een verkeersbesluit te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1126

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren, verweerder
(gemachtigden: mr. K.R. van Rensewoude, mr. P.A.N.L. Frieswijk en A. Walraad).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser aan het college om een verkeersbesluit te nemen vanwege de verkeerssituatie voor zijn huis. Omdat een besluit uitbleef, heeft hij beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. Het college heeft vervolgens alsnog een besluit genomen en daarin aangegeven dat er geen verkeersmaatregelen worden getroffen. Eiser vindt allereerst dat dat geen rechtsgeldig verkeersbesluit is en er alsnog moet worden beslist op zijn verzoek. Als het toch als een besluit wordt gezien, vindt eiser dit besluit onjuist omdat er wel verkeersmaatregelen moeten worden getroffen. De vraag die de rechtbank dus moet beantwoorden in deze uitspraak is of het college een besluit heeft genomen en zo ja, of dit besluit standhoudt.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college heeft beslist op het verzoek van eiser door te weigeren een verkeersbesluit te nemen en dat het college dit besluit heeft mogen nemen. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft het college verzocht om een verkeersbesluit te nemen. Eiser wil dat het college snelheidsbeperkende maatregelen neemt bij zijn huis aan de [adres] . Volgens eiser wordt daar namelijk structureel de maximumsnelheid van 30 km/u overschreden.
2.1.
Omdat het college geen besluit nam, heeft eiser het college in gebreke gesteld en vervolgens een beroep wegens niet tijdig beslissen bij de rechtbank ingediend.
2.2.
Op 4 maart 2025 heeft het college alsnog een reactie gestuurd aan eiser.
2.3.
Eiser heeft de rechtbank daarna laten weten dat hij vindt dat het college daarmee geen rechtsgeldig verkeersbesluit heeft genomen. Eiser handhaaft daarom zijn beroep niet-tijdig beslissen. Daarnaast heeft eiser – voor als wordt geoordeeld dat het wel een besluit is – inhoudelijke beroepsgronden aangevoerd over waarom hij het niet eens is met het besluit.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 1 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Beroep niet-tijdig beslissen
3. Eiser stelt dat het college op 4 maart 2025 geen rechtsgeldig verkeersbesluit heeft genomen. [1] Het besluit is namelijk niet op een rechtsgevolg gericht omdat er geen verkeersmaatregelen worden genomen. Daarnaast is niet met de politie overlegd voordat het besluit is genomen. [2] Ten slotte is het besluit niet gepubliceerd en bevat het besluit geen bezwaarclausule. Omdat er geen rechtsgeldig besluit is genomen, handhaaft eiser zijn beroep niet-tijdig beslissen en verzoekt eiser de rechtbank het college te verplichten alsnog een rechtsgeldig besluit te nemen en verbeurde dwangsommen vast te stellen.
3.1.
Het college stelt dat is beslist op eisers verzoek. Het nemen van een verkeersbesluit is voor de onderhavige situatie niet vereist. Het college verzoekt de rechtbank om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
3.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser het college heeft verzocht om een verkeersbesluit te nemen. Het college heeft dat echter geweigerd te doen. Hoewel het college het besluit een verkeersbesluit heeft genoemd, blijkt uit de inhoud en de bedoeling van het college duidelijk dat het college weigert een verkeersbesluit te nemen. Er staat namelijk dat de verkeerssituatie bij eisers huis aan de geldende minimale vereisten voldoet en dat het college met de politie gaat kijken naar de situatie om de snelheidsremmer - waar nodig - te optimaliseren. Het college schrijft niet dat verkeersmaatregelen worden genomen, maar zegt juist dat daartoe geen aanleiding bestaat. Op de zitting heeft het college ook nader toegelicht dat er geen verkeersbesluit nodig is en als er al aanpassingen worden gedaan, dit slechts infrastructurele aanpassingen zijn aan een al bestaande feitelijke situatie. Daarvoor is geen verkeersbesluit nodig. Kortom, het college heeft geweigerd een verkeersbesluit te nemen.
3.3.
De weigering van het college om een verkeersbesluit te nemen, wordt gelijkgesteld met een besluit [3] . Dat de weigering niet is gepubliceerd, er geen bezwaarclausule onder staat en niet voorafgaand daaraan is overlegd met de politie, maakt dat niet anders. Dat verandert immers niet het karakter van de beslissing om geen verkeersbesluit te nemen. De rechtbank begrijpt dat eiser had gewild dat het college een verkeersbesluit zou nemen, maar dat kan niet via een beroep niet-tijdig beslissen worden bereikt in de zin dat het college de opdracht wordt gegeven om wél een verkeersbesluit te nemen. Bij een beroep niet-tijdig beslissen gaat het namelijk enkel om de vraag of het college (tijdig) een besluit neemt en daar valt de weigering een besluit te nemen dus ook onder. Omdat eiser met het beroep wegens niet tijdig beslissen niet kan bereiken wat hij wilt (namelijk alsnog een verkeersbesluit), heeft hij daarbij geen procesbelang meer.
3.4.
Eiser vindt verder dat hij dwangsommen moet krijgen [4] van het college voor het niet tijdig nemen van een besluit. Een dwangsom kan worden verbeurd, indien niet tijdig een beschikking op een aanvraag wordt gegeven. Een beschikking is een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. [5] Een verkeersbesluit is echter wel een besluit van algemene strekking en dus geen beschikking, ook niet in het geval daaraan een aanvraag ten grondslag ligt. Omdat het verzoek van eiser betrekking heeft op een besluit van algemene strekking, mist artikel 4:17, eerste lid, van de Awb toepassing en maakt eiser dus geen aanspraak op dwangsommen. [6]
3.5.
De rechtbank verklaart daarom het beroep, voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. Omdat het beroep van eiser ook inhoudelijk betrekking heeft op de weigering een verkeersbesluit te nemen, zal de rechtbank daar hieronder op ingaan. [7]
Weigering om een verkeersbesluit te nemen
4. Kort samengevat vindt eiser dat het wegbeeld in de praktijk de maximumsnelheid van 30 km/u niet afdwingt. Volgens eiser blijkt dat uit de cijfers. Er wordt volgens eiser veel te hard gereden. Eiser wil dat daar wat aan wordt gedaan, onder meer in het belang van zijn kinderen die veilig de weg moeten kunnen oversteken. Eiser vindt dat er daarom verdergaande maatregelen moeten worden genomen om de verkeersveiligheid te waarborgen. Daarnaast moeten er metingen worden gedaan om na te gaan welke aanvullende maatregelen precies nodig zijn en of de al uitgevoerde optimalisering het gewenste effect heeft. Ten slotte merkt eiser nog op dat het besluit geen bezwaarclausule bevat en het politieadvies pas na het besluit is ingewonnen.
4.1.
Het college blijft kort gezegd bij zijn standpunt dat er geen verkeersmaatregelen nodig zijn aan de weg omdat de weg voldoet aan de minimale vereisten [8] . Wel kijkt hij naar een mogelijke optimalisering van de al bestaande snelheidsremmer en heeft daarvoor inmiddels wat verbeteringen uitgevoerd. Als de snelheidsremmer nog verder moet worden geoptimaliseerd, zal dat echter een infrastructurele aanpassing zijn van een al bestaande situatie, waarvoor geen verkeersbesluit nodig is.
4.2.
De rechtbank benadrukt allereerst dat een bestuursorgaan beoordelingsruimte heeft bij het afwegen of hij een verkeersbesluit neemt of niet. De rechtbank toetst terughoudend en kijkt of het bestuursorgaan geen onredelijk gebruik heeft gemaakt van die beoordelingsruimte. Nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld welke verkeersbelangen in welke mate naar zijn oordeel bij het besluit dienen te worden betrokken, dient het die belangen tegen elkaar af te wegen, waarbij de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. [9]
4.3.
De rechtbank oordeelt dat het college voldoende heeft uitgelegd dat en waarom de weg aan de minimale wettelijke vereisten voldoet en dat het wegbeeld in overeenstemming is met het wegbeeld voor een 30 km/u-zone. Verder blijkt uit de metingen dat de gemiddelde snelheid beide kanten op niet hoger is dan 27 km/u. Het college heeft op de zitting toegelicht hoe hij dat heeft gemeten. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze gegevens. Wel heeft het college gezien dat er nog steeds af en toe te hard wordt gereden. Het college heeft wat dat betreft de aanvraag van eiser serieus genomen en in overleg met de politie gekeken of een optimalisatie van de bestaande situatie nodig is en vervolgens ook een optimalisatie uitgevoerd. Voor zo’n optimalisatie is echter geen verkeersbesluit nodig. Het college heeft de belangen afgewogen en heeft terecht geen aanleiding gezien om een volledige herinrichting van de weg te realiseren middels een verkeersbesluit. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het college in redelijkheid heeft mogen weigeren een verkeersbesluit te nemen.
4.4.
Ten slotte ziet de rechtbank geen aanleiding om het besluit te vernietigen omdat het besluit geen bezwaarclausule bevat of omdat het politieadvies pas na het besluit zou zijn ingewonnen. Eiser is tegen het besluit opgekomen en heeft zijn bezwaren voldoende naar voren kunnen brengen. Daarbij heeft het college in beroep toegelicht dat hij in aanloop naar het besluit wel degelijk overleg heeft gevoerd met de politie.
4.5.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, is het beroep niet-ontvankelijk. Voor zover het beroep is gericht tegen de weigering om een verkeersbesluit te nemen, is het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de weigering om een verkeersbesluit te nemen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.J. Woutersen, rechter, in aanwezigheid van P. Molenaar, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 15 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) en artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dat moet volgens eiser wel op basis van artikel 24, onder a, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
3.Dat volgt uit de artikelen 1:3 en 6:2 van de Awb.
4.Op basis van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb.
5.Artikel 1:3, tweede lid, van de Awb.
6.Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:291.
7.Gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
8.Uit de BABW en de daarbij behorende richtlijnen.
9.Zie de uitspraak van de Afdeling van 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:506.