Beoordelingskader courante niet-woningen
4. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarden van de objecten op de waardepeildatum (1 januari 2023) niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. De WOZ-waarde is de waarde in het economisch verkeer. Om de waarden te onderbouwen heeft de heffingsambtenaar taxatiematrices overgelegd, waarin hij de waarde berekent met behulp van de huurwaardekapitalisatiemethode als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet WOZ. De huurwaardekapitalisatiemethode kent als variabelen de brutohuurwaarde en de kapitalisatiefactor. De huurwaarde en de kapitalisatiefactor worden zoveel mogelijk afgeleid uit transacties van vergelijkbare objecten.
5. Tussen partijen is niet in geschil dat de waarde van de onroerende zaak dient te worden bepaald met behulp van de huurwaardekapitalisatiemethode.
6. De rechtbank zal wat eiseres ter betwisting van de vastgestelde waardes heeft aangevoerd, meewegen.
Het geschil over het object [adres 1] in [plaats] (UTR 24/6714)
7. De onroerende zaak aan de [adres 1] in [plaats] is een showroom met opslag/magazijn en kantoor. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 391 m².
8. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 241.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
9. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 32.078,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,- voor de showroom en de opslag/magazijn en € 43,- voor het kantoor). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
10. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
11. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
12. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 2] in [plaats] (UTR 24/6715)
13. De onroerende zaak aan de [adres 2] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 106 m².
14. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 69.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
15. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van het eigen huurcijfer van € 9.116,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-).
16. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor van [adres 1] overgelegd, welke in hetzelfde complex ligt.
17. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. Voor de huurwaarde is aangesloten bij het eigen huurcijfer. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
18. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 3] in [plaats] (UTR 24/6716)
19. De onroerende zaak aan de [adres 3] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 174 m².
20. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 95.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
21. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 14.964,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
22. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
23. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
24. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 4] in [plaats] (UTR 24/6717)
25. De onroerende zaak aan de [adres 4] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 250 m².
26. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 108.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
27. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 21.500,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
28. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
29. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
30. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 5] in [plaats] (UTR 24/6718)
31. De onroerende zaak aan de [adres 5] in [plaats] is een kantoor. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 230 m².
32. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 132.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
33. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een eigen huurcijfer van € 14.700,- per jaar (huurwaarde per m²: € 64,-).
34. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 9. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor een bottom-up berekening gemaakt waarbij het opslagrisico bovengemiddeld is meegenomen en het leegstandsrisico hoger dan het daadwerkelijke percentage is meegenomen.
35. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. Voor de huurwaarde per m² is het eigen huurcijfer gebruikt. De kapitalisatiefactor is berekend met de bottom-up methode waarbij voldoende rekening is gehouden met het opslag- en leegstandsrisico. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
36. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 6] in [plaats] (UTR 24/6719)
37. De onroerende zaak aan de [adres 6] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 63 m².
38. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 40.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
39. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 5.418,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
40. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
41. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
42. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 9] in [plaats] (UTR 24/6722)
43. De onroerende zaak aan de [adres 9] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 194 m².
44. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 81.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
45. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 16.684,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
46. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
47. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
48. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 11] in [plaats] (UTR 24/6725)
49. De onroerende zaak aan de [adres 11] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 63 m².
50. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 35.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
51. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 5.418,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
52. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
53. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
54. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 12] in [plaats] (UTR 24/6726)
55. De onroerende zaak aan de [adres 12] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 95 m².
56. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 54.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
57. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 21.500,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
58. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
59. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
60. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 7] in [plaats] (UTR 24/6720)
61. De onroerende zaak aan de [adres 7] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 397 m².
62. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 162.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
63. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 25.408,- per jaar (huurwaarde per m²: € 64,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
64. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
65. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
66. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 10] in [plaats] (UTR 24/6724)
67. De onroerende zaak aan de [adres 10] in [plaats] is een opslag/magazijn. Het object heeft als bouwjaar 1963. Het object heeft een oppervlakte van 203 m².
68. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 89.000,-.
Heeft de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk gemaakt?
69. De heffingsambtenaar is in de herberekening in het kader van het beroep uitgegaan van een brutohuurwaarde van € 17.458,- per jaar (huurwaarde per m²: € 86,-). Daarnaast heeft de heffingsambtenaar om de huurwaarde van dit object te onderbouwen een vergelijking gemaakt met een gerealiseerde huurprijs uit hetzelfde complex in [plaats] rondom de waardepeildatum.
70. Voor de kapitalisatiefactor is de heffingsambtenaar in de herberekening uitgegaan van 8,5. De heffingsambtenaar heeft om de kapitalisatiefactor te onderbouwen het object van eiseres vergeleken met twee, naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbare objecten waarvan gerealiseerde verkoopcijfers beschikbaar zijn en waarvan de kapitalisatiefactor is berekend aan de hand van die verkoopcijfers en een getaxeerde huurwaarde. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar een bottom-up berekening van de kapitalisatiefactor overgelegd.
71. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van het object niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft referentieobjecten gehanteerd die voldoende vergelijkbaar zijn en waarvan de verkoop- en huurtransacties voldoende dicht rondom de waardepeildatum zijn gelegen. De getaxeerde huurwaarde per m² ligt onder de getaxeerde huurwaarden per m² van de referentieobjecten en onder de huurwaarde per m² in de herberekening in het kader van het beroep. De kapitalisatiefactor ligt lager dan gemiddelde kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten en lager dan de kapitalisatiefactor in de herberekening in het kader van het beroep. Hiermee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
72. Nu de gemachtigde van eiseres niet tijdig concrete op de zaak toegespitste gronden heeft ingediend, kan de rechtbank tot geen andere conclusie komen dan dat eiseres de vastgestelde waarde niet gemotiveerd heeft betwist en dat het beroep ongegrond is.
Het geschil over het object [adres 8] in [plaats] (UTR 24/6721)
73. De onroerende zaak aan de [adres 8] in [plaats] is een fitnessruimte. Het object heeft als bouwjaar 1963 en is in 2006 gerenoveerd. Het bruto vloeroppervlak is
378 m². Het object ligt op een perceel van 390 m².
74. In geschil is de waarde van het object per 1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar handhaaft de in de uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 197.000,-.