ECLI:NL:RBMNE:2025:6776

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11947350 MC EXPL 25-5973
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis inzake betalingsvordering Q-Park Operations Netherlands B.V. tegen gedaagde partij voor gebruik parkeerfaciliteit

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 10 december 2025 een verstekvonnis uitgesproken in een civiele procedure tussen Q-Park Operations Netherlands B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij, Q-Park, heeft gevorderd dat de gedaagde partij een bedrag betaalt voor het gebruik van een parkeerfaciliteit, vermeerderd met rente en kosten. De gedaagde partij heeft de parkeeraccommodatie verlaten zonder te betalen, door achter een voorganger onder de slagboom door te rijden, wat in de volksmond wordt aangeduid als 'treintje rijden'. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de gedaagde partij alsnog moet betalen voor het gebruik van de parkeeraccommodatie en dat er ook een schadevergoeding, rente en vergoeding voor gemaakte kosten verschuldigd is.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen Q-Park en de gedaagde partij, waarbij consumentenbeschermende bepalingen van toepassing zijn. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of de algemene voorwaarden van Q-Park onredelijk bezwarend zijn. De rechter heeft vastgesteld dat de algemene voorwaarden, versie 2.2025, niet onredelijk bezwarend zijn en dat de gedaagde partij op de hoogte was van de voorwaarden bij het gebruik van de parkeerfaciliteit. De kantonrechter heeft de vordering van Q-Park toegewezen, inclusief de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen, die zijn begroot op € 663,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen. Dit vonnis is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11947350 MC EXPL 25-5973
Verstekvonnis d.d. 10 december 2025
inzake
Q-Park Operations Netherlands B.V.
gevestigd te Maastricht
gemachtigde mr. C.F.P.M. Spreksel, advocaat
eisende partij,
tegen
[gedaagde]
wonende [adres]
[postcode] [woonplaats]
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en niet gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.

2.De kern van de zaak

2.1.
De gedaagde partij (of een derde, die gebruik heeft gemaakt van een voertuig dat is geregistreerd op naam van de gedaagde partij, die hierna kortweg wordt aangeduid als de gedaagde partij) heeft gebruikgemaakt van een door Q-Park geëxploiteerde parkeeraccommodatie. De gedaagde partij heeft de parkeeraccommodatie na gebruik echter verlaten zonder te betalen, door direct achter een voorganger onder of langs de slagboom te rijden (‘treintje te rijden’). De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde partij alsnog moet betalen voor het gebruik van de parkeeraccommodatie en daarbovenop ook nog een schadevergoeding, rente en een vergoeding voor gemaakte kosten verschuldigd is.

3.De beoordeling

3.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen Q-Park (een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf) en de gedaagde partij (een consument). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing.
3.2.
Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook zonder dat de gedaagde partij daar om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. In de regel gaat het er daarbij om of bij het sluiten van de overeenkomst essentiële informatie aan de gedaagde partij is verstrekt en of in de gehanteerde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor de gedaagde partij. De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die verband houden met de ingestelde vordering.
3.3.
In deze procedure is de overeenkomst tot stand gekomen doordat het voertuig van de gedaagde partij met een voertuig de slagboom bij de ingang van de parkeeraccommodatie is gepasseerd. Uit artikel 6:230h lid 2 onder l van het Burgerlijk Wetboek (BW) blijkt dat op een overeenkomst die op een dergelijke geautomatiseerde manier tot stand komt geen specifieke consumentenbeschermende informatieplichten van toepassing zijn (waarvan de naleving ambtshalve door de kantonrechter zou moeten worden getoetst).
3.4.
Op de overeenkomst zijn wel algemene voorwaarden van toepassing, namelijk de door Q-park gebruikte Algemene Voorwaarden Parkeren, versie 2.2025. Q-Park heeft de gedaagde partij daarover geïnformeerd door bij de ingang van de parkeeraccommodatie een informatiebord te plaatsen, waarop zij niet alleen de geldende tarieven heeft vermeld, maar ook een verwijzing naar deze algemene voorwaarden. Overigens heeft Q-Park op dit bord vermeld dat een ‘tarief verloren kaart’ en aanvullende schadevergoeding is verschuldigd als niet voor het gebruik van de parkeeraccommodatie wordt betaald. Dat is in de algemene voorwaarden nader uitgewerkt.
3.5.
De kantonrechter moet als gezegd ambtshalve beoordelen of de algemene voorwaarden een beding bevatten over de vergoeding van schade als gevolg van het zonder betaling verlaten van een parkeeraccommodatie en zo ja, of dat beding onredelijk bezwarend is. De kantonrechter constateert dat in artikel 5.5 van de algemene voorwaarden inderdaad een beding is opgenomen over het verschuldigde parkeergeld conform het gehanteerde tarief in geval van verloren kaart en over aanvullende schadevergoeding. De kantonrechter acht dat beding echter niet onredelijk bezwarend. Voor ambtshalve ingrijpen bestaat daarom geen aanleiding.
3.6.
Omdat dit deel van de vordering de kantonrechter ook overigens niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zijn het gevorderde verschuldigde parkeergeld (het ‘tarief verloren kaart’) en de gevorderde aanvullende schadevergoeding toewijsbaar, vermeerderd met de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf de datum waarop de gedaagde partij de parkeerfaciliteit zonder te betalen heeft verlaten. [1]
3.7.
Q-Park vordert ook een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Die vergoeding is toewijsbaar als de gedaagde partij is aangemaand om de betalingsverplichting alsnog na te komen, op een manier die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna kortweg Besluit). [2] Dat is in dit geval gebeurd, zodat ook de gevorderde vergoeding toewijsbaar is.
3.8.
De door Q-Park gevorderde rente over de incassokosten is toewijsbaar vanaf de datum waarop de gedaagde partij is gedagvaard, omdat gesteld noch gebleken is dat Q-Park de incassokosten al eerder aan haar gemachtigde heeft vergoed of met die vergoeding in verzuim verkeerde.
3.9.
De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 340,00
- salaris gemachtigde € 135,00 (1 punt(en) x tarief € 135,00)
- nakosten
€ 67,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 663,28.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 646,20, vermeerderd met de wettelijke rente over € 561,91 vanaf 13 juli 2025 en over € 84,29 vanaf 29 oktober 2025, telkens tot de voldoening;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 663,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
Grosse afgegeven aan de gemachtigde van de eisende partij d.d.
10 december 2025

Voetnoten

1.Q-Park heeft in haar algemene voorwaarden geen contractuele regeling opgenomen over de vergoeding van rente. Daarom geldt de wettelijke regeling van artikel 6:119 BW.
2.Q-Park heeft in haar algemene voorwaarden geen contractuele regeling opgenomen over de vergoeding van incassokosten door consumenten (artikel 8.1 van de algemene voorwaarden geldt alleen voor zakelijke klanten). Daarom geldt de wettelijke regeling van artikel 6:96 BW.