Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
€ 67,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 10 december 2025 een verstekvonnis uitgesproken in een civiele procedure tussen Q-Park Operations Netherlands B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij, Q-Park, heeft gevorderd dat de gedaagde partij een bedrag betaalt voor het gebruik van een parkeerfaciliteit, vermeerderd met rente en kosten. De gedaagde partij heeft de parkeeraccommodatie verlaten zonder te betalen, door achter een voorganger onder de slagboom door te rijden, wat in de volksmond wordt aangeduid als 'treintje rijden'. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de gedaagde partij alsnog moet betalen voor het gebruik van de parkeeraccommodatie en dat er ook een schadevergoeding, rente en vergoeding voor gemaakte kosten verschuldigd is.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen Q-Park en de gedaagde partij, waarbij consumentenbeschermende bepalingen van toepassing zijn. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of de algemene voorwaarden van Q-Park onredelijk bezwarend zijn. De rechter heeft vastgesteld dat de algemene voorwaarden, versie 2.2025, niet onredelijk bezwarend zijn en dat de gedaagde partij op de hoogte was van de voorwaarden bij het gebruik van de parkeerfaciliteit. De kantonrechter heeft de vordering van Q-Park toegewezen, inclusief de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen, die zijn begroot op € 663,28. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen. Dit vonnis is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.