Eiseres, werkzaam als [functie], meldde zich op 17 september 2020 ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van 23,50%, vastgesteld na medisch en arbeidskundig onderzoek. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij meer beperkt is dan het UWV aannam, dat het UWV niet alle relevante documenten had overgelegd en dat de geduide functies niet passend waren.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de juiste procedure heeft gevolgd en dat de medische rapporten zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn. Het ontbreken van het re-integratieverslag in het dossier is niet aan het UWV toe te rekenen, aangezien eiseres dit document zelf had moeten inbrengen. De verschillen tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts worden verklaard door het verschillende doel van hun beoordelingen.
De arbeidsdeskundige heeft in beroep een functie aangepast, wat leidde tot een lichte wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage, maar dit bleef onder de 35%. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Wel wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.