Eiseres werkte 35,86 uur per week en meldde zich op 13 september 2022 ziek. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering per 22 januari 2024 omdat zij volgens onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat haar medische situatie, waaronder ADHD en autisme, onvoldoende was meegewogen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde de beperkingen en concludeerde dat de diagnose ASS al was meegenomen in de beoordeling. De rechtbank vond de medische beoordeling overtuigend en zag geen reden tot twijfel. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, omdat deze was gebaseerd op de medische grondslag.
Een nieuwe beroepsgrond over de toepassing van een reductiefactor werd te laat ingebracht en buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van het UWV en wees de proceskostenveroordeling af.