ECLI:NL:RBMNE:2025:6846
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag hersteloperatie wegens geen institutionele vooringenomenheid of hardheid stelsel
Eiseres verzocht om compensatie voor de jaren 2015 tot en met 2019 in het kader van de hersteloperatie toeslagen, maar de Dienst Toeslagen wees dit af. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is ondanks een te late indiening, vanwege het ontbreken van een afhaalbericht van PostNL en problemen met aangetekende verzending.
Inhoudelijk onderzocht de rechtbank de gronden van eiseres over institutionele vooringenomenheid en hardheid van het stelsel voor de jaren 2017 en 2018. Voor 2017 stelde de rechtbank vast dat de Dienst Toeslagen slechts éénmaal informatie opvroeg en ook de door eiseres aangeleverde gegevens meenam, waardoor geen sprake was van institutionele vooringenomenheid of hardheid.
Voor 2018 oordeelde de rechtbank dat de stopzetting en herstart van de kinderopvangtoeslag correct waren verwerkt en dat eiseres niet financieel benadeeld was. Ook was er geen sprake van onjuiste informatievoorziening die tot hardheid van het stelsel leidde.
Een beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen omdat eiseres onvoldoende concrete schrijnende omstandigheden had aangetoond en geen recht op compensatie had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen wordt ongegrond verklaard.