ECLI:NL:RBMNE:2025:6846
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak inzake compensatie kinderopvangtoeslag en ontvankelijkheid beroep
Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres en de Dienst Toeslagen. Eiseres had een aanvraag ingediend voor compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen voor de jaren 2015 tot en met 2019, welke door de Dienst Toeslagen was afgewezen. Eiseres stelde dat zij geen afhaalbericht van PostNL had ontvangen en dat er problemen waren met de aangetekende verzending, waardoor zij te laat beroep had ingesteld. De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkheid van het beroep achterwege kon blijven, omdat er sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Vervolgens beoordeelde de rechtbank de inhoudelijke gronden van het beroep. Eiseres voerde aan dat de Dienst Toeslagen voor de toeslagjaren 2017 en 2018 vooringenomen had gehandeld en dat er sprake was van hardheid van het stelsel. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van institutioneel vooringenomen handelen en dat eiseres niet in aanmerking kwam voor compensatie. Ook het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen, omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen gelijk kreeg en geen vergoeding van griffierecht of proceskosten ontving.