ECLI:NL:RBMNE:2025:7
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor verzorgende na veroordeling poging afpersing
Eiseres heeft op 17 mei 2024 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor haar werk als verzorgende. De staatssecretaris weigerde deze op 7 augustus 2024 en handhaafde dit besluit op 30 oktober 2024 vanwege een veroordeling op 31 juli 2024 voor poging tot afpersing in vereniging.
Eiseres voerde aan dat zij geen eerdere justitiële contacten had, dat het strafbare feit anderhalf jaar geleden was gepleegd en dat rapportages van de reclassering en behandelaar een laag recidiverisico aangeven. Ook stelde zij dat het financiële belang en de continuïteit van haar werk meegewogen moesten worden.
De rechtbank oordeelde dat het objectieve criterium voor weigering van de VOG was voldaan en dat het subjectieve criterium, de belangenafweging tussen het persoonlijke belang van eiseres en het belang van de samenleving, in dit geval in het voordeel van de samenleving uitviel. De recente veroordeling en ernst van het delict wegen zwaarder dan de positieve rapportages en het persoonlijke belang.
De rechtbank concludeert dat eiseres een spoedeisend belang heeft, maar dat dit niet leidt tot toekenning van de voorlopige voorziening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Hierdoor kan eiseres voorlopig niet als verzorgende werken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.